Van fruitbedrijf naar dubbel woonhuis

17. Hoe Van Sliedregt zijn stempel drukte op O21

Op 19 augustus 1969 verkocht Hergarden het huis met gronden voor 55.000 gulden [+ 5000 gulden voor de inventaris] door aan Van Sliedregt. De nieuwe eigenaar dacht aan een bestemming als weekend- en vakantiehuis. Het verhaal gaat dat hij pas later ontdekte dat er een grote boomgaard in de koop besloten zat.
Wat hij kocht waren de percelen Oosterleek Sectie B 139 (riet en bouwland, 7 are 60 ca.), 147 (bouwland, 88 are 60 ca.), 148 (riet- en hooiland, 17 are 10 ca.), 149 (riet- en hooiland, 7 are 10 ca.), 161 (weiland, 5 are 20 ca.), 162 bouwland (19 are 30 ca.), 446 (bouwland, 46 are 50 ca), 476 (boomgaard, 53 are 80 ca) en 485 (huis, erf, schuur en boomgaard, 89 are 25 ca); in totaal 3 ha 35 are 05 ca.
Deze gegevens komen uit het kadastraal uittreksel dat op 20 november 1969 aan Van Sliedregt werd gezonden. Ze gaven volgens het schrijven de toestand weer van 20 augustus 1969, wat echter niet het geval was: nagenoeg alle percelen waren in gebruik als boomgaard.
In juli 1971 zond het Kadaster een “Kennisgeving van tenaamstelling” waarin aan Van Sliedregt – die toen nog in Amsterdam woonde – werd meegedeeld dat de akte van toedeling in het kader van de Ruilverkaveling op 16 juli 1971 bij notaris Schreurs te Hoorn was gepasseerd. De losse percelen werden onder één nummer verzameld: Sectie C nr. 407, en de oppervlakte was 3 ha 30 are 65 ca.

Bouwtekening van het voorhuis, 1969

59. De voorgevel zoals die door Van Sliedregt op tekening werd gewijzigd. Vergelijk deze voorgevel met die op afb.34 in Nieuwbouw in 1915.
In september 1969 stuurde Van Sliedregt een bouwaanvrage naar het Gemeentebestuur van Wijdenes; de vergunning werd verleend op 13 november 1969. Vanuit Amsterdam werden van februari tot september 1970 wijzigingen op de bouwtekeningen bij de Gemeente ingediend. Voor de tekeningen van de bestaande toestand maakte Van Sliedregt gebruik van de opmetingen door studenten van de Gerrit Rietveld Akademie in een opmetings- en ontwerpopdracht onder leiding van zijn collega, P. de Hoog. [Zie voor de opmetingstekeningen Bijlage 10.]
In de aanvrage werd de toekomstige functie van het pand omschreven als “woonhuis plus architectenbureau”. Het ontwerp was van Van Sliedregt zelf. De begrote verbouwingskosten van het voorhuis bedroegen 8000 gulden. En de fa. Kramer uit Avenhorn zou de werkzaamheden gaan uitvoeren.
60. Het ontwerp van de begane grond in het voorhuis [bouwtekening van 1969] waarop later aanvullende informatie en wijzigingen werden genoteerd. De kwartslag draaiende trap van 1942 werd vervangen door een rechte. Rioolwater zou worden afgevoerd naar de septictank [linksboven op de tekening].
Omdat wegens de gezinsomvang op de begane grond een grote woonkamer en op de bovenverdieping een aantal slaapkamers zouden moeten komen, moest de bestaande constructie rigoureus worden aangepakt. De beide voorkamers en de gang werden tot één open ruime woonkamer omgebouwd; dit hield in dat na de verbouwing de voordeur rechtstreeks toegang tot de woonkamer gaf.
Er zijn in de indeling van de begane grond nogal wat verschillen tussen de situatie zoals die in 2011 werd aangetroffen en het ontwerp zoals afgebeeld op afb.60. De doucheruimte en de garderobe op de begane grond bevonden zich niet op de plaatsen zoals op de tekening was aangegeven. De doka was doucheruimte; de douche en garderobe op de tekening maakten plaats voor een grotere slaapkamer, en het keukenblok bevond zich tegen de zuidoostelijke binnenmuur.
61. Bovenverdieping in het ontwerp van 1970. Aan de zuidoost- en noordwestzijde het dakbeschot boven de ruimten die achter de knieschotten zou verdwijnen. In het verlengde van de trap een alkoofkast met toegang vanuit de beide aanliggende slaapkamers.

62. Een van de slaapkamers aan de voorzijde zoals die er in juli 2011 bij het eerste bezoek uitzag.
Op de bovenverdieping werd voor de slaapkamerplafonds een balkconstructie aangebracht die tegelijk ging dienen als draagconstructie voor de vloer van de zo gecreëerde vlieringzolder.
Deze wijziging in het interieur had gevolgen voor de kapconstructie. Daartoe werden onder de hanenbalken extragordingen aangebracht die met spanten aan de kapconstructie werden opgehangen.

63. Onder de bestaande hanenbalken werden nieuwe aangebracht op 2.26 m boven de verdiepingsvloer om er de plafonds van de verdieping tegen te bevestigen.

Van Sliedregt heeft geen voorzieningen getroffen om de bijna 10 meter lange overspanning van de verdiepingsvloer boven de woonkamer op te vangen. Toegegeven, het betrof balken van 17×13 cm, maar bij het belopen van de verdiepingsvloer kon je deze wel voelen deinen.
De materiaalkeuze voor het te verbouwen voorhuis was gericht op een destijds moderne, sobere, functionalistische uitstraling waarbij voor de scheidingswanden tussen de woonkamer en de hal, en tussen de woonkamer en de slaapkamer een duidelijke voorkeur bestond voor de toepassing van hout – overigens niet verwonderlijk voor iemand met een curriculum als Van Sliedregt -. De strakke wanden werden transparant bruin gebeitst om de nervatuur van het hout te laten uitkomen; afwerklijsten bestonden uit hardhout.
De vloeren werden belegd met hardgebakken bruine tegels van 10×20 cm. En in de hal kwam een rechte open trap met wengétreden opgesloten door rechte zwart gebeitste stijlen van beganegrond tot verdiepingsvloer.
Het paste blijkbaar bij de opvattingen van deze architekt dat hij zware plafondbalken onder grijze houtwolcementplaten [herkulith] wegstopte en daarmee de constructie van het gebouw aan het oog onttrok. De herkulitplaten werden door hem blijkbaar als een eerlijk sober materiaal gezien dat prevaleerde boven de geverfde balken.

Boven werden in een strakke symmetrische ordening vier slaapkamers een overloop, een doorloopkast en een douche-toiletruimte gepland. Aansluitend bij de uitwendige symmetrie van het bestaande gebouw werd aan beide zijde van het dak een dakkapel aangebracht om daglicht in de achterste slaapkamers toe te laten. De sanitaire voorzieningen en de trap naar de vlieringzolder [afb.61] zijn anders ingetekend dan ze in 2011 werden aangetroffen: een klein zitbad, een toilet en een wastafel in de doucheruimte; een rechte uitschuifbare vlieringtrap op de plaats van de geplande wastafels.
De kamerindeling aan de voorzijde van de verdieping was er de oorzaak van dat de raampartij in de voorgevel veranderd moest worden. [Vergelijk afb.34 in Nieuwbouw in 1915, 59 en de foto naast de pagina “Bij wijze van Poortje”]
Het enige element op deze bouwtekening dat met het architektenbureau in verband gebracht kan worden, is een donkere kamer [“Doka” midden aan de bovenrand van de begane grond op afb.60, oorspronkelijk ontworpen als ruimte voor de CV-ketel].

Bouwtekeningen achterhuis 1976
Met het achterhuis werd zeven jaar later begonnen. Dat in 1969 daaraan al wel werd gedacht, blijkt uit de plattegrondtekening [afb.60] waarop tussen haakjes de vermelding “in 2e fase woonhuis” te lezen is.

64. De schuur zoals afgebeeld op de tekening van september 1969.
Door leden van de familie Van Sliedregt en buurtgenoten wordt verteld dat zij in de beginjaren ’70 nog in de schuur achter de woning hebben gespeeld en feesten hebben gegeven.
65. De achtergevel gezien vanaf het terras dat volgens plan toegankelijk zou zijn door de poorten aan beide zijden van het huis. De raam- en deurpartijen zijn op alle drie de woonlagen anders uitgevoerd dan als op deze tekening van 9-7-1976 is gepland.

66. De doorsnede van het achterhuis. Op de bouwtekening [1976] verscheen een grotere doka dan in 1969 in het voorhuis. Deze werd in de kelder gedacht. De begane grond kreeg de bestemming tekenkamer en de bovenverdieping zou ‘studeerkamer’ en de zolder ‘archief’ worden. [Bestektekening 9-7-1976.]
Op de begane grond werd een tekenkamer gepland met bij de vensters en deuren in de achtergevel drie tekentafels en een vergaderplek. De toegangsdeuren tot het achterhuis zijn bij realisering van het plan tot één ingang aande noordwestzijde beperkt, waarbij deze kwartslag is gedraaid en het uitspringende gedeelte is verbreed. De tweemaal een kwartslag draaiende trap naar de verdieping heeft op de tekening zijn opgang in het atelier.

De aanvrage voor een bouwvergunning voor het achterhuis [“de herbouw van een landbouwschuur tot architectenatelier + studeerkamer” volgens die aanvrage] werd ingediend op 6 augustus 1976. Maar van februari tot augustus werden later op onderdelen aanzienlijk van elkaar afwijkende ontwerpen aan het Gemeentebestuur van Venhuizen gestuurd.
Over de oude schuur meldde Van Sliedregt in de vragenlijst die hem naar aanleiding van zijn aanvrage door de Gemeente was toegezonden:
“De bestaande schuur is gedeeltelijk ingestort. De bestemming wordt gedeeltelijk gewijzigd.
beg grond = bureau
verdieping = opslag lege fust
zolder = studeerkamer.”

67. De breedte en diepte van het achterhuis zijn in de werkelijkheid groter dan op deze tekening wordt aangegeven [9-7-1976.] De beide buitendeuren naar het achterhuis zijn bij realisering van het plan een kwartslag gedraaid en bevinden zich in de uitspringende gedeelten. [Zie ook afb.68.] De tweemaal kwartslag draaiende trap heeft op de tekening zijn opgang in het atelier. Op de begane grond werden bij de deuren en ramen drie tekentafels en een gesprekstafel getekend.Achter het nieuwe achterhuis ontwierp Van Sliedregt een besloten terras met struiken, een waterput en een pergola, met aan de buitenzijde tegen de muur over de volle breedte een afdak voor tractor en maaimachine [Zie afb.70]
De bouwkosten werden geraamd op 60.000 gulden. De bouw zou worden uitgevoerd door de fa. Burger te Wijdenes.
Na de gemeentelijke herindeling bekeek de Gemeentelijke Technische Dienst van Venhuizen-Grootebroek de tekeningen en gaf op 31 augustus 1976 als “beoordeling i.v.m. ruimtelijke ordening: “Gelegen in “Oosterleek 1972”. (Vanaf de voorgevel gerekend 25 m naar achteren). Bestemming: En bebouwing. Een gedeelte van de bebouwing wat nu zal worden aangebouwd, zal als kantoor dienst doen en dus strijdig zijn met de gebruiksbepaling artikel 17.
Het te bouwen afdak, valt buiten het bestemmingsplan “Oosterleek 1972” en ligt in het plan “Wijdenes in Hoofdzaak”. Volgens deze kaart, is de bestemming hier geregeld in het uitbreidingsplan in Onderdelen, doch dit plan is nooit gemaakt.”
68. Een balpenschets van de besloten tuin met het terras, een vijver [?], een gazon met borders en een waterput. Aan de boomgaardzijde werd ook in dit ontwerp over de hele terrasbreedte het afdak voor de machines gedacht. De besloten tuin is hier smaller dan op afb.67: de poorttoegangen aan beide zijden naast het huis ontbreken. Deze schets kan daarom in verband gebracht worden met het plan om het achterhuis met twee vleugels uit te breiden.

69. De terrasmuur en het zij-aanzicht van het afdak voorzover dit boven de terrasmuur uitstak, gezien vanaf de noordwestzijde zoals Van Sliedregt zich een en ander dacht.
70. Het afdak waarvan in de beoordeling door de Gem. Techn. Dienst sprake is, was gepland aan de zuidwestzijde van de besloten tuin. De kap steekt boven de geplande muur aan de noordwestzijde uit. Zie voor de hele breedte van dit afdak afb.68.
In de collegevergadering van B&W van 7 september 1976 werd geoordeeld dat het uitsluitend ging om de gebruiksbepaling; de “bebouwde oppervlakte wordt niet gewijzigd Derhalve Zonder meer vergunning verleend.”
In de vergunning werd echter wel een vijftal voorwaarden gesteld in verband met constructieberekeningen, zwaarte van lateien, heipaal-lengten, het gewicht van het heiblok, en de ondervloer onder de betonconstructies.

Bouwtekening van schuur/garage, 1975
De huidige schuur aan de noordwestkant van het huis stamt uit het midden van de jaren ’70. Daarvoor werden twee tekeningen gemaakt. In het eerste ontwerp van 13 november 1969 ging de gedachte uit naar een dubbele garage [afb.71]. Deze was ook op een andere plek gepland.

71. Het eerste ontwerp voor de schuur [najaar 1969], toen nog met de duidelijke functie van dubbele garage. De brede deuren bevonden zich aan de pleinzijde; de noklijn stond haaks op die van het huis. [Zie voor de geplande situering afb.3 in De bodem in en rond Oosterleek.]

72. De schuur, volgens het ontwerp [16-11-1971] voor een gedeelte met de functie van garage. Door de plaatsing van de schuur ontstond tussen schuur en huis samen met een muur een vanaf de straatzijde afgesloten ruimte. Bij de bouw van deze schuur/garage zijn naast elektrische leidingen ook water- en rioolleidingen en/of voorzieningen daarvoor aangelegd. Mede door de aanwezigheid van dubbele deuren aan de achterzijde van de schuur [“op het zuiden”], met ruiten tot ± 30 cm boven de grond en een inwendige scheidingswand op de tekening, lijkt het zuidelijke gedeelte als een ‘zomerhuis’ gepland te zijn.

Na latere wijzigingen in functie, vorm en locatie [Zie daarvoor afb.72 en 74] werd de schuur pas in 1975 gebouwd.

Bouwtekening afdak voor landbouwwerktuigen en fust, 1975-1988.
Toen de schuur [“garage” volgens het ontwerp op afb.72] er stond, diende Van Sliedregt op 24 juni 1975 een aanvrage in voor de bouw van een [tweede] schuur.

73. Op het bovenste gedeelte van deze tekening het aanzicht [van links naar rechts]: huis, muur, schuur, poort, muur en [tweede] schuur; op enige afstand het vooraanzicht van de haaks geplaatste [tweede] schuur. Op het onderste gedeelte van de tekening zijn de gebouwen ten opzichte van elkaar op een plattegrond gesitueerd. Aan de onderrand van de tekening tussen de schuur en de sloot [nauwelijks te zien] een hek ter volledige omsluiting van het plein. [Zie voor de anders geplande opstelling van de gebouwen afb.74.]

Op 28 juli 1975 werd onder de gebruikelijke voorwaarden die betrekking hadden op de constructieberekeningen en de zwaarte van de benodigde lateien, door B&W van de gemeente Venhuizen vergunning verleend voor de bouw.
Tot een realisering van dit plan is het niet gekomen.

De kapschuur werd in de bouwvergunning van 25 januari 1988 “afdak als afstelruimte voor tractoren, maaimachines etc.” genoemd en werd in eigen beheer gebouwd. Geschatte bouwkosten 6000 gulden.

74. Op het bovenste gedeelte van deze tekening het aanzicht van [van links naar rechts] schuur/garage, de vier gevels van de te bouwen schuur. In werkelijkheid werden de gevels anders uitgevoerd dan op deze tekening.
Op het onderste gedeelte: de situering van de beide gebouwen; daarnaast de rompconstructie van de te bouwen schuur. Langs de onderrand de situatietekening van het perceel. [Zie voor de kapschuur ook afb 73.].
In de bouwvergunning werd verwezen naar de bijlage waarin de eis was opgenomen dat onder de betonconstructie die met de grond in aanraking kwam een vloer van 5 cm stampbeton werd aangebracht.

Een East en een West wing?
In welk jaar Van Sliedregt het achterhuis met een paar vleugels heeft willen uitbreiden, is niet bekend maar het moet na 1988 geweest zijn omdat de kapschuur op de situatietekening als ‘bestaand’ werd aangemerkt. Ook dit plan is niet gerealiseerd.
75. Situatietekening bij een ongedateerd ontwerp [van na 1988] voor een uitbreiding van het achterhuis met twee vleugels. [Het noorden rechtsonder.] Dit ontwerp roept reminiscenties op aan oude buitenplaatsen waar door twee vleugels, de ene als orangerie en de andere als koetshuis, een voorplein gedeeltelijk wordt omsloten. Het is andermaal een ontwerp waarin gevarieerd wordt op het thema van een besloten terras.
– Deze tekening is de oudste waarop de huidige oprit met de instulpende haagbeukenhaag, de kastanjeboom, de honingboom en de nu resterende stam van de Noordhollandse suikerpeer zijn ingetekend.

Ga nu door naar De boomgaard