Van boerenschuur naar fruitschuur

13. Wouter [1890-1970] “en Zoonen”

Alleen bij een grove benadering kan worden aangegeven hoe oud de schuur was toen deze in 1976 werd afgebroken.

42. De gepotdekselde oostgevel van de schuur op een van de opmetingstekeningen.
Wouter jr. herinnert zich de schuur als heel oud, met een vervallen achtergevel.
43. De opmetingstekening van de gepotdekselde achtergevel.
Het verschil tussen schuur en woning was heel groot; de woning maakte op hem in de jaren ’50-’65 van de vorige eeuw een welvarende indruk.
Om je een nauwkeuriger beeld te vormen van de schuur, kunnen de tekeningen van de opmetingen dienen die door studenten van de Gerrit Rietveld Academie onder leiding van P. de Hoog in september 1969 werden gemaakt. [Zie afb.42 t/m 44 en Bijlage 10.]
44. Noordwestgevel van woning en schuur, zoals afgebeeld op de opmetingstekeningen; de nok van de schuur was lager dan die van de woning; op de hoek aan de zuidwestzijde van de schuur bevond zich de schoorsteen van de kookketel. De schuur was 14.10 m lang. [Zie hiervoor afb.46.]
Van Sliedregt nam deze tekeningen – zij het minder gedetailleerd – als beelden van de ‘bestaande toestand’ op in zijn bouwtekeningen.
Er vallen een paar zaken op. Het dak aan de achterzijde had een binnenwaartse knik en liep tot vlak boven de deuren af.
De zuidoostelijke gevel was hoger dan de achtergevel en bestond uit een gepotdekselde wand [afb.42]. Dit laatste was volgens afb.43 ook het geval bij de achtergevel. Die knik in de kap en de hogere zijgevel zouden op een vroegere verbouwing kunnen duiden, waarbij de schuur werd verlengd.
Op het dak lagen oud-hollandse pannen met daaronder – volgens Wouter jr. – een laag riet. De kap van de schuur werd gedragen door zes stijlen. Uit de onderlinge afstand hiervan mag worden afgeleid dat de constructie uit twee vierkanten heeft bestaan, die gevormd werden door gebintdekbalken en -platen.
45. Axiometrische impressie van de schuur uit de tijd dat O21 nog een boerenbedrijf was, gezien vanaf de achterzijde: een pannengedekt [mogelijk oorspronkelijk rietgedekt] dak; links de koegang met de schotten waartussen telkens twee koeien met de koppen naar de buitenmuur stonden, met achter de dieren de grup [de afvoergoot]; er lag geen voergang vóór de koeien. Boven de koegang bevond zich een zolder. [Zie afb.47.] De koestal met het “keukengedeelte” [rechtsonder op afb.47 en 48] was door een houten wand afgescheiden van de rest van de schuur. De stalmuren waren traditioneel hardblauw geschilderd, vertelde Wouter jr.
Binnen de constructie van de stijlen in het midden van de schuur de hooitas. Oorspronkelijk was O21 een dubbele stolp met een vooreind.
Afb.45 is een impressie van de constructie waarbij werd uitgegaan van afb.46 als plattegrond.
46. De plattegrond van de schuur op de opmetingstekeningen.

De vloer van de schuur bestond in het middengedeelte uit leem; het gedeelte aan de oost- en de achterzijde was bestraat met kleine gele stenen [Terschellinkjes].

Tekening van plattegrond en zolders van de schuur, door Wouter jr. met als ondergrond de tekening door D. van Sliedregt. De doorsnedetekening van de situatie A-A geeft het profiel van de vloer weer. [Zie ook afb.46]
47.Tekening van begane grond en zolders van de schuur, door Wouter jr. met als ondergrond de tekening door D. van Sliedregt. Afb.47 is 180 graden gedraaid ten opzichte van afb.46. De doorsnedetekening van de situatie A-A geeft het profiel van de vloer weer.

De strook met gele steentjes aan de oostzijde lag hoger dan de lemen vloer [zie de doorsnedetekening op afb.47.] Dat gedeelte kon voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zoals opslag van gewassen of als dorsvloer. Daartoe was mogelijk ook de rand erlangs licht verhoogd. Aan de oostkant tegen de achtergevel lag een houthok [afb.48]. De paardenruif tegen een van de houthokwanden en een afvoergoot in de gele steentjes duiden de plaats aan waar de paarden werden gestald. Op de tekening van Wouter jr. neemt de paardenstal een deel van het houthok in beslag zoals het op de beide andere tekeningen staat afgebeeld.
Tegen het woongedeelte lag aan de westzijde een waterput. En aan de noordwestgevel bevond zich daar een aanrecht [afb.47 en 48].

Wat tot hier over de schuur gemeld werd, had betrekking op de tijd dat deze nog deel uitmaakte van het boerenbedrijf.
Het fruitbedrijf vroeg een andere inrichting. Rondom de stijlen waartussen de tas had gelegen werd een houten beschot gemaakt voor een vorstvrije fruitopslag. Daartoe werd ook een zoldering aangebracht op de gebintbalken [afb.47, 48 en 49].

48. Plattegrond van de schuur, tekening van de bestaande toestand in 1969 door Van Sliedregt, met aanvullende informatie over de situatie in de jaren 1950-1966 door Wouter jr. Midden onder de trap naar de huiszolder.
Het houthok is hier te groot getekend. [Vergelijk met afb.46 en 47.]
49. Nog een paar toelichtende schetsjes door Wouter jr. Het cijfer 1 duidt de zolder aan boven de inpandige fruitbewaarplaats; het cijfer 2 de zolder boven de koestal. De fruitbewaarplaats was rondom van wanden voorzien.
Op het bestrate gedeelte aan de oostzijde stond een appelsorteer-machine. Dat gedeelte werd ook gebruikt voor tijdelijke opslag van fruit. Lege veilingkisten werden voornamelijk op de zolder boven de fruitopslag bewaard.
Tussen de stijlen aan de woonhuiszijde bevond zich een houten vlonder [afb.46 en 47] die volgens Wouter jr. ongeveer 35 cm hoger lag dan de lemen vloer. [Zie de doorsnedetekening op afb.47.] Zo kon je vanuit het woongedeelte zonder problemen in de koestal en op de bestrate werkvloer komen. 
Het aanrecht in de schuur is vermoedelijk tussen 1915 en 1942 gebruikt door de bewoners van de woning aan de westzijde; in de keuken aan die zijde was geen aanrecht gepland. [Zie afb.36 in Nieuwbouw in 1915.] Aanrecht en waterput zullen tot aan de bedrijfsbeëindiging wel gebruikt zijn in verband met werkzaamheden in het bedrijf, ook al zal voor de consumptie van pompwater op leidingwater zijn overgegaan.
De woonhuiszolder stond in open verbinding met de schuur. [Zie afb.53 in De verbouwing van het huis in 1942.]
Vanuit de schuur kon je via een trap op de woonhuiszolder komen [afb.48]. Dit was vóór 1942 de enige opgang naar boven; en na dat jaar werd van de trap in het woongedeelte [Zie afb.53 in De verbouwing van het huis in 1942.] zelden gebruik gemaakt. Vanaf de woonhuiszolder leidde een trapje van een paar treden naar de zolder boven de koegang [afb.47].
Het washok met kookketel [voor de was en voor het koken van varkensvoer] en de bijbehorende schoorsteen op de zuidwestelijke hoek van de schuur [afb.39 en 41 in Nieuwbouw in 1915.] zullen wel van de jaren ’20 of ’30 in de vorige eeuw dateren. Datzelfde geldt voor het varkenshok dat al vóór 1942 werd afgebroken [Zie afb.48 en ook afb.18 in Pieter IV en Pieter V; op de laatstgenoemde afbeelding is tussen Pieter Roos en Grietje Molenaar het raam in de gevel van het washok te zien.]
De buitenplee [afb.48] komt op afb.51 net niet in beeld. Het gebouwtje was volgens Wouter jr. uit eternitplaten opgetrokken, stond uiterst links tegen de hoek van de schuur [op afb.48 te ver naar rechts getekend] en was bestemd voor het werkvolk in de boomgaard.

Vanaf ongeveer halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw werkten de beide zoons mee in het fruitbedrijf.

50. Rond 1 oktober 1940 kocht Wouter Roos het huis voor Pieter en Teetje die in 1941 zijn getrouwd. [Dagblad Nieuwe Hoornsche Courant 3-10-1940.] Dit huis staat in het artikel 1099 van de Legger van Eigenaren vermeld als perceel B 380. [Zie afb.54 in De verbouwing van het huis in 1942.]
Pieter woonde vanaf 1941 op D 72 [adres na 1 december 1969 veranderd in: Oosterleek 6] en Wim woonde met Jannetje van Eeten op D 87 [na genoemde datum: Lekerweg 14.] Beide panden waren volgens Wouter jr. eigendom van zijn grootouders. Maar in artikel 1099 uit de Legger van Eigenaren [afb.54 in “Verbouwing van het huis in 1942”.] staat het huis van Wim niet als eigendom van Wouter vermeld.
51. Pieter Roos Wz. met zijn vrouw Teetje Dekker op de tandem, mogelijk bij een feestelijke gelegenheid in een voorjaar tijdens of direct na WO II. Op de achtergrond de [nauwelijks zichtbaar] gepotdekselde achterzijde van de schuur; bij het achterwiel van de tandem zijn de rails en de dwarsliggers van het lorriespoor te zien. [Zie voor het spoor Bijlage 9.]
Voor de outfit van beiden – waarbij die van Pieter meer opvalt dan die van Teetje – en de performance met de tandem kan worden gedacht aan een optocht op een Bevrijdingsdag.Een andere mogelijkheid is dat hun outfit hoorde bij een toneelstuk waarin zij beiden optraden. Het is bekend dat Pieter in 1940-’42 secretaris was van de ‘dillettantentooneelvereeniging’/rederijkerskamer “Advendo” in Oosterleek. [Bron: o.a. Dagblad Nieuwe Hoornsche Courant 24-10-1940.]
Pieter overleed in 1951, en Wim nam in 1962 het bedrijf van zijn vader over.

Ga nu door naar De verbouwing van het huis in 1942