Tussenstappen

15. Willem Roos – J.A. Meijer

Na vierenveertig jaar – in 1918 had hij het bedrijf van zijn vader overgenomen – hield Wouter het in 1962 voor gezien. Zelf 70 jaar oud, deed hij het bedrijf over aan zijn zoon Willem. Wouter verhuisde met zijn vrouw naar een bejaardentehuis aan de Geldelooze weg in Hoorn. In 1970 overleed hij, tien jaar overleefd door zijn vrouw. Beide zijn begraven op het schelpenkerkhofje achter de Oosterleekse kerk.

55. De pagina van Wim Wouterszoon Roos in de legger van Eigenaren waarop in 1967 werd vermeld dat hij de percelen had verkocht aan wie op pagina 1639 van de legger vermeld stond.

Maar bedrijfseconomisch gezien waren de vooruitzichten voor Willem niet florissant; overal in het land werden in de zestiger jaren hoogstamboomgaarden met rijkssubsidie gerooid. Bovendien was in Oosterleek en omgeving de ruilverkaveling “Drieban” van start gegaan. Maar het was te verwachten dat de boomgaard niet onder het regiem van de Ruilverkaveling zou komen: geen van de percelen in artikel 1099 van de Legger was rood onderstreept. [Zie het stempeltje “Voor rood onderstreepte percelen is ruilverkavelinswet te verwachten” aan de bovenrand van afb.54.]

56. Art.1639 van de Legger van Eigenaren, onder welk nummer Johannes Antonius Meijer, bouwkundige werd ingeschreven. J.A. Meijer werd in 1903 te Den Haag geboren en overleed te Leidschendam op 3 augustus 1978. In 1962 was hij als aannemer actief: op 3 november van dat jaar bood hij te Leiden een nieuw heren-hoekhuisje te koop aan. [Leidsch Dagblad.]

Vier jaar later verkocht Wim Roos aan J.A. Meijer zijn bedrijf en ging in dienst bij de Gemeente Hoorn.

Waarom koper Meijer het gekochte binnen een half jaar alweer van de hand deed, is nog niet achterhaald.
Er waren twee potentiële kopers, zoals in het volgende hoofdstuk te lezen is.

16. Plannen voor een camping; de boomgaard onder druk

In het West-Fries Archief bevindt zich een dossier met betrekking tot O21 dat handelt over de plannen voor de vestiging van een camping in de boomgaard.
Twee brieven aan het college van B&W van de gemeente Wijdenes-Oosterleek betreffende O21 zijn gedateerd 14 juni 1966. De ene kwam van de heer A. Kop uit Winterswijk die al eerder met het college had gecorrespondeerd. In deze brief bracht hij zijn bedoeling met het terrein als volgt onder woorden: “het bestaande fruitbedrijf voort te zetten en tussen de bomen om het bedrijf rendabel te maken, gelegenheid tot geordend en gereglementeerd kamperen te geven, zoals in de Betuwe veel gebeurd [sic! P.B.], en ook de middenstand van Wijdenes ten goede zal komen [sic!]”. In een eerdere brief had het college hem geadviseerd zich tot Gedeputeerde Staten te Haarlem te wenden. Kop deelde in deze brief mee dit te zullen doen. Verder wordt in het dossier geen correspondentie met deze kandidaat-koper aangetroffen.
Op dezelfde dag verzocht de heer F.H. Hergarden uit Beverwijk om inlichtingen over de mogelijkheid om op het terrein een camping te vestigen.
Op 4 juli daaropvolgend treedt het College van Wijdenes via een brief in contact met Gedeputeerde Staten. Het college schrijft dat dit fruitbedrijf niet aan de Stichting Beheer Landbouwgronden kan worden verkocht [naar je mag aannemen wegens de moeilijke uitruilbaarheid in het kader van de ruilverkaveling, P.B.]. En dat aan de heer Hergarden was geadviseerd een plan in te dienen waarna het College met G.S. contact zou opnemen.
Een week later, op 11 juli heeft Hergarden een tweetal schetsen aan het College gestuurd, dat op zijn beurt de schetsen doorstuurt naar de Dienst Bouw en Woning Toezicht. Op 22 juli reageert de directeur van deze dienst met een citaat uit het Uitbreidingsplan in Hoofdzaken (door G.S. goedgekeurd op 20 februari 1957). De terreinen hadden een “agrarische bestemming met alleen niet voor bewoning dienende bedrijfsgebouwtjes”.
Voor het geval dat het College de vestiging van een camping toch wilde bevorderen, zouden bepaalde procedures in acht moeten worden genomen. De procedures hoe te handelen in verschillende omstandigheden werden in de rest van de brief aangereikt.
Op 12 september 1966 kocht Hergarden ten overstaan van Notaris Neuteboom te ’s-Gravenhage huis en gronden van de familie J.A. Meijer te Wassenaar bestaande uit de percelen Sectie B nr. 139, 147, 148, 149, 161, 162, 446, 476 en 485.
Op 3 april 1967 verzocht Hergarden in een brief aan het College hem spoedig te berichten; enigszins bedekt sprak hij zijn ongenoegen uit over het feit dat twee eerdere brieven van hem aan het College onbeantwoord waren gebleven.

57. Passage in de verkoopakte van Hergarden aan Van Sliedregt, waarin verwezen wordt naar de overschrijving in het kadastrale register. Hergarden kocht het pand op 12 september 1966. [Archief Broeders-Adolf.]

Op verzoek van het College – in een niet bewaard antwoord – heeft Hergarden zijn ontwerpschets toegestuurd aan het stedenbouwkundig bureau Wiegerbruin Vink en Vandekuilen te Amsterdam. De directeur van dit bureau deelde op 28 april 1967 het College per brief mee bij het eerder geformuleerde afwijzend advies te blijven.

Hergarden schakelde anderen in om druk uit te oefenen op B&W, want op 11 juli 1968 kwam bij het College een brief binnen van de V.V.V.’Drechterland’ afd. Wijdenes-Oosterleek, waarin de feiten tot dat moment nog eens op een rijtje werden gezet. Aan het eind van de brief werd gesteld dat Hergarden capabel werd geacht om zijn plannen uit te voeren. En dat het belangrijk zou zijn voor Wijdenes dat zijn plannen verwezenlijkt zouden worden.
Op 29 juli 1968 werd Hergarden door B&W uitgenodigd voor een gesprek. Het enige archiefstuk van na die datum is een brief van 17 april 1969 waarin Hergarden nogmaals een verzoek doet hem toestemming te verlenen.

58. De ontwerpschets voor de camping van F.H. Hergarden met drie toiletgebouwtjes, een speelweide met kinderbad en caravanplaatsen tussen de bomenrijen; in de schuur zouden toiletten en douches komen. Vóór aan de weg was op eigen terrein parkeerruimte gepland met de entree aan de westzijde van huisnr.23. Verder werd gedacht aan bruggen over drie sloten, aan een brede rietkraag achter bij de “dijkgracht” en een stukje intact gelaten boomgaard daar in de buurt.

Uit het verdere verloop van de gebeurtenissen blijkt dat hij na ruim tweeëneenhalf jaar het hoofd in de schoot heeft gelegd.

Ga nu door naar Van fruitbedrijf naar dubbel woonhuis