De Boomgaard

18. Artefacten, historisch-geografisch relicten en varia

Verspreid over de boomgaard zijn de lage muurtjes van een drietal kassen nog aanwezig evenals de wanden van twee ronde waterputten. Er is mogelijk nog één spoor gevonden van het (verplaatsbare?) warenhuis [de rode lijn boven de stok van de letter “k” op afb.30 in Pieter IV en Pieter V.]

76. Op de situatietekening bij de aanvrage voor de een tweede schuur in 1975 [afb.73] tekende Van Sliedregt de restanten van de kassen en interpreteerde hij [links van de kompasroos] de plaat ook als een kasrestant. Volgens Wouter jr. was daar een betonplaat gestort voor een houtopslag in de jaren vóór 1966. [Zie ook Bijlage 9]
.
In het voorjaar van 2013 werden een betonpoer en een stuk lorriespoor [of een spant van een van de kassen [?]] ontdekt bij de slootovergang van perceel 476 naar perceel 149 [Zie afb.3 in De bodem in en rond Oosterleek voor de ligging van dat perceel en afb.77 voor de betonpoer.]
77. Een met mos begroeide betonpoer van waarschijnlijk de mobiele perzikenkas. De hier afgebeelde lag aan de rand van de dwarssloot noordelijk van perceel 149 [afb.3 in De bodem in en rond Oosterleek], en werd in maart 2013 ontdekt toen de ruige onderbegroeiing van bramen en reuzen-berenklauwen werd verwijderd.

78. Restant van een van de waterputten op perceel 476, in 2016 opgevuld met oude dakpannen en ingericht als paddenhotel.

De poortpalen
Bij de aanleg van een stenenrand van terschellinkjes langs de border achter de schuur werden twee betonnen palen blootgelegd die vlak onder het oppervlak waren ingegraven. Ze gaven de indruk dat het hier ging om poortpalen.

79. Een van de in april 2013 bij toeval ontdekte en daarna opgegraven palen. De palen werden in voorjaar 2016 geplaatst in de doorgang van de meidoornhaag die de grens markeert tussen het bomenpark en het achterliggende boomgaardgedeelte.

Op de beeldbank van het West-Fries Archief werd een foto [afb.80] aangetroffen uit ca.1925 waarop de palen met hun karakteristieke koppen herkend werden en op de foto de poort markeerden die toegang gaf tot de voortuin. Het lorriespoor eindigde bij deze poort. [Zie daarvoor Bijlage 9]
80. Links op deze foto: de poortpalen in de heg. Het huis naast de voortuin is het huis dat Marijtje Bruin liet bouwen op perceel B 318 en waarin ze tot 1892 een paar decennia lang heeft gewoond. Tussen 1892 en 1905 was Pieter V eigenaar. In 1905 verkocht hij het aan Pieter Gerritszoon Roos die de winkel die Marijtje er vrijwel zeker heeft gehad, voortzette. Deze Roos werd opgevolgd door Pieter Buis uit Venhuizen die in 1927 op die plaats een nieuw winkelwoonhuis liet bouwen met de nok parallel aan de weg. Later ging dit pand over op J. Woelders. In 1988 werd het verbouwd tot woonhuis en in 1997 uitgebreid.

De scheisloot aan de noordzijde van de boomgaard
Er bevindt zich op een van de perceelgrenzen een interessant historisch-geografisch relict. Het betreft een gedeelte scheisloot [zie de gele lijn op de plattegrond van Bijlage 9] dat een restant is van een achttiende–eeuwse watergang in de Oosterleekse bebouwing.

81. Detail van de kadastrale kaart van Wijdens-Oosterleek [1824]. De kleine percelen langs de zuidzijde van de weg waren in de achttiende eeuw brede wegbermen. [Zie afb.23 in Pieter IV en Pieter V.] Het is niet bekend of de sloot aan de zuidzijde daarvan in 1824 nog een afvoerende functie had, en of deze destijds nog geheel of voor gedeelten perceelbegrenzing was. Bij de opmetingen voor het kadaster werd een sloot voor de helft bij elk van de aanliggende percelen gerekend. Voor informatie over latere eigendomswisselingen van de bermpercelen in de omgeving van O21 wordt verwezen naar hoofdstuk 9.

82. De brede dorpsweg in Oosterleek. In de hoek rechtsonder de bermsloot aan de zuidzijde van de dorpsweg. Gelet op de afstand van de tekenaar tot de kerk op deze tekening, en uitgaande van de vooronderstelling dat er in het agrarisch gebruik en de bebouwing zoals af te leiden op de kadastrale kaart van 1824 [afb.81] sinds 1775 [afb.83] geen ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden, mag voorzichtig worden geconcludeerd dat de afgebeelde langhuisboerderij op bovenstaande tekening het huis van Opoe Balk is, het tegenwoordige ‘Monument en Bed’ van de Stichting Hendrick de Keyser [Tekening met pen en penseel in grijs door Cornelis Pronk in 1729. Noord-Hollands Archief.]
Op de kadasterkaart van 1824 [afb.81] is te zien dat er aan de noordzijde van het bebouwingslint van Oosterleek een watergang lag, die er tegenwoordig nog ligt.
Aan de zuidzijde van de weg lagen kleine percelen met een op elkaar aan de zuidzijde aansluitende begrenzing die gevormd werd door een sloot.getekend als een doorlopende lijn.[Zie afb.81.] Die sloot was voorheen een bermsloot [Zie hoofdstuk 9.].De hier beschreven situatie is goed herkenbaar op de kaart van het Dijkgraafschap van Drechterland [1783] [afb.83]. Door pennekrapjes aan weerszijden is de dorpsweg aangegeven als een brede dijk of kade. De watergang aan de zuidzijde ligt tussen de weg en de gebouwen. Drie van die gebouwen staan ervoor. Een daarvan was, gelet op de locatie, het kerkje.
83. Detail van de kaart van het Dijkgraafschap van Drechterland [1783]. De waterlopen aan de noord- en zuidzijde van de weg in Oosterleek stonden respectievelijk in verbinding met de dijksloten langs het oostelijke en zuidelijke gedeelte van de Zuiderdijk en loosden hun water via de Venhhuizer en Hemmer molens aan de noordzijde of de Wijdenesser Watermolens aan de zuidzijde op de Zuiderzee. De gebouwen aan de zuidzijde van de weg stonden achter de watergang met uitzondering van onder andere het kerkje.

De scheisloten achter de tegenwoordige woningen met de huisnummers 23, 25 en 27 enerzijds en achter de tuin van de huisnummers 1 en 3 anderzijds zijn dus de laatste restanten van die waterloop die vroeger liep van het huidige huisnr.1 bij de dijk tot nr.43. Vanaf dat huis bestaat de sloot richting Wijdenes nog steeds. Deze sloot diende om het water van de weg en aanliggende (boeren)woningen af te voeren naar de dijkgracht. De gemeente verkocht in 1860 een aantal percelen langs de weg; vanaf toen zal de waterlozende functie overgenomen zijn door de noordoost-zuidwest lopende scheisloten die uitwaterden via de dijkgracht.

Groene, stenen en houten elementen in de boomgaard

84. Deze foto werd in 1998 gemaakt. In de rechterbovenhoek is over de vaarsloot in die boomgaard van O21 een bruggetje te zien. [Zie Bijlage 9 voor het bruggetje en het lorriespoor dat daarover liep.]
De dam op de plaats waar dat bruggetje lag, is dus na dat jaar aangebracht. Waaruit de roodgekleurde stapel bij de scheisloot bestond, is me niet bekend.


De paardenwei
In 1995 of ’96 verkocht Van Sliedregt een gedeelte van het voorheen met B 446 aangeduide perceel aan de belendende buurman [Zie afb.3 in De bodem in en rond Oosterleek.], die dit boomgaardgedeelte [ca.139 x 22 m] die dit perceel met behoud van een paar solitaire bomen als paardenwei inrichtte. In een brief, gedateerd 23 juli 1996, deelde het Kadaster Van Sliedregt mee dat na meting van het verkochte perceel de kadastrale gegevens van zijn bezit aan grond waren bijgewerkt. Als oppervlakte-maat werd opgegeven: 2 ha 98 a 15 ca.
85.De Hulpkaart betreffende de verkoop van een gedeelte van perceel Wijdenes C 407 aan buurman J.Zwier en zijn vrouw A.Zwier-Kaan.

De dijksloot
Het is niet bekend met hoeveel vierkante meters de oppervlakte van de boomgaard is verminderd bij het rechttrekken van de dijksloot tijdens de werkzaamheden aan de dijk in de jaren 2010-2013. In september 2016 hebben het Hoogheemraadschap van het Noorderkwartier en het Kadaster gemeld dat binnenkort de perceelsgrens tussen de boomgaard en de dijksloot vastgesteld wordt. In juli 2017 was dit nog niet aan de eigenaar gemeld.

86. Kadastrale veldwerkkaart met de opmeting van de dijkgrachtbreedte bij de boomgaard aan de Zuiderdijk te Oosterleek door landmeter J. Burger[?], gedateerd 1967. De raai over de nagenoeg hele bladbreedte geeft de geplande grens aan tussen de dijkteen en dijksloot, aangegeven met golfsymbooltjes.

87. Ter visualisering van de ingreep aan de Zuiderdijk bij boomgaardperceel [Gemeente Drechterland Sectie L 1334]. Naast elkaar tweemaal hetzelfde gedeelte boomgaard [links Google Earth 4 mei 2006, rechts 30 juni 2015.]
De gele lijnen geven de slootranden aan; de onderste hiervan geeft aan tot hoever het dijklichaam bij de reconstructie rond 2010-2013 is verbreed. Bij deze afbeelding is ervan uitgegaan dat het wegdek na de reconstructie nagenoeg op dezelfde plaats op de kruin van de dijk is teruggebracht, en dat de beide satellietopnames onder gelijke hoek gemaakt zijn.

19. De fruitsoorten en –rassen in 2011-2013

In 2011 stonden in de boomgaard 843 hoogstam- en halfstambomen in leeftijd variërend van ca. 10 tot 90 jaar oud. De meeste bomen hadden naar schatting een leeftijd van 50 tot 60 jaar.
In een eerste poging om te achterhalen welke fruitsoorten en –rassen aanwezig waren werd gebruik gemaakt van aanwezige informatie.
In de door Van Sliedregt nagelaten documenten bevonden zich twee boekwerkjes met informatie over fruit. Deze waren waarschijnlijk reeds afkomstig van de familie Roos. Het ene is een bestelcatalogus Rozen en vruchtbomen 1956/57 van fa. De Wilde te Bussum. Het andere is een brochure getiteld “Eet Neerlands fruit, dag in dag uit; 1928-1953. Jubileum uitgave van de bond van Kleinhandelaren in Aardappelen, groente en fruit in Nederland, 1953”.
Uit de daarin met potlood of pen gemarkeerde soorten werd de volgende lijst samengesteld. Het assortiment bestaat voornamelijk uit rassen die rond het midden van de vorige eeuw economisch aantrekkelijk waren.

Compartimenten in de boomgaard
In de boomgaard zijn in de jaren ’30 tot ’50 van de vorige eeuw successievelijk compartimenten gevormd door de aanplant met rassen die op dat moment goed in de markt lagen. Zo bevindt zich aan de zuidoostzijde van perceel 485 een partij peren van het ras Conférence; ten zuiden van de huidige moestuin staan tot aan de dijk rode Jonathans, die steeds minder vruchten dragen en op het meest zuidelijke gedeelte van het perceel met het vroegere nr.446 een partij peren.
Naast zijn werkzaamheden als directeur van de Christelijke Academie voor Beeldende Kunsten te Kampen en in de jaren 1978-1985 als docent aan de Gerrit Rietveld Acadenie, en als architect en ontwerper van rotanmeubelen heeft Van Sliedregt mogelijk ook – op kleine schaal – in fruit gehandeld. In de collectie Van-Sliedregtarchivalia komen ook de statuten van de NFO [Nederlandse Fruittelers Organisatie] en informatie over vormen van lidmaamaatschap van die organisatie voor. Maar een aanwijzing dat Van Sliedregt zich ook aangemeld heeft als lid, werd niet-gebonden.

88. Enige rassen appels en peren uit het assortiment, geplukt op 28 oktober 2012.

89. Een paar van de kisten die in 2011 op de zolder van een van de schuren werden achtergelaten. Ze werden volgens Wouter jr. in de Roostijd alleen gebruikt binnen het bedrijf, niet om fruit naar de veiling te vervoeren.
Van Sliedregt zal ze gebruikt hebben als uitleenkisten voor vrienden en familie.

Veel van de veilingkisten in de nagelaten boedel, bleken in 2011 vermolmd te zijn.
Uit het feit dat er jongere bomen voorkomen tussen oudere en uit archiefmateriaal is duidelijk dat Van Sliedregt het bomenbestand heeft aangevuld en er onderhoud aan heeft gepleegd.
In het archief van Oosterleek 21 bevindt zich een nota d.d. 10-3-1971 van Boomkweker-Fruitkweker Van Rijn-De Bruijn uit Uden-Ravenstein voor de levering van een aantal Winterrietperen, Monsieur Hatifs en Meikersen. Ook is er een brief van ir. P. de Sonnaville uit Winssen, d.d. 25-8-1971, waarin deze reageert op een schrijven van Van Sliedregt. De Sonnaville is bereid de gevraagde 20 bomen Karmozijn [de Sonnaville] te leveren waarvan hij meedeelt dat deze exemplaren op tussenstam Golden Delicious en M IX onderstam staan. Uit de brief blijkt dat Van Sliedregt ook om exemplaren van een aantal andere rassen had gevraagd, zoals Groninger Kroon.
Verder wijst De Sonnaville op de kwaliteit van een paar rassen, die hij kon leveren, zoals de “Oranje” [“lijkt op een prachtige grote Cox’s; nog niet in de handel”], een soort winterrietpeer en Septerappels [een kruising van Golden Delicous en Jonathan]. Maar in de collectie Van Sliedregt in het Archief zijn geen documenten aanwezig waaruit kan worden afgeleiddat Van Sliedregt tot aanschaf van een van de genoemde soorten is overgegaan.
In september 1971werdent 120 bomen [meest appels en pruimen] aangekocht bij Henri Fleuren te Baarlo [L.]. Ook bevindt zich in de collectie een prijslijst 1970-1971 van Vruchtboomkwekerij Heines & Zonen uit Baarlo. Uit dit alles kan worden opgemaakt dat Van Sliedregt in beginjaren ’70 intensief met de boomgaard bezig was.

20. De ontwikkelingen sinds voorjaar 2012

Sinds 2012: Inhaalslag in het beheer en onderhoud: maaien, snoeien, bestrijden van reuzenberenklauw en rooien van dood hout. Jaarlijks schoonmaken van scheisloten.
2012: Eerste aanleg van de moestuin.
Oktober 2013: Het ras van ongeveer 600 appel-, peren- en pruimenbomen werd vastgesteld door pomologen, o.a. wijlen dhr. Henk Houtman van de Pomologische Vereniging Noord-Holland; in totaal 44 appel-, 24 peren- en 13 pruimenrassen.
2013-2014: Overkappingen geplaatst voor opslag van te drogen kachelhout; en een loopren voor de kippen van het ras Noordhollandse Blauwen. Later werden eieren van andere rassen in de broedmachine gelegd. [Sinds 2021 lopen er Australorps.]
2014: Aanschaf van twee Hongaarse wolvarkens [om daarmee de reuzenberenklauw te bestrijden]; ook werden een klepelmaaier en een cirkelmaaier.
2015: Idem een frees, ploeg en zitmaaier.
2015-2016: Beide schuren werden gerestaureerd. Ook werd begonnen met het labelen van de bomen:ze werden voorzien van een gegraveerd aluminium naamlabel [met sinds 2017 vermelding van het pootjaartal].
2016: 80 jonge hoog- en laagstambomen van voornamelijk oude rassen en struiken gepoot. .
2016: Een in het verleden met bomen en takken gedichte binnensloot werd opengetrokken; op het meest oostelijke perceel en op de grens van het bomenpark en het daarachterliggend gedeelte boomgaard werd een meidoornhaag geplant; daar werden ook 2500 bollen van krokussen, narcissen hyacinten en tulpen geplant. In dat jaar is ook een bijenhotel geplaatst.
2017: Twee loopbruggetjes aangelegd.

90. Een van de loopbruggetjes die werden gelegd om lange omlopen te voorkomen; dit gebeurde in het weekend van 29-7-2017. Zie voor de lokatie van de beide brugjes Bijlage 9.

Dat jaar werden ca 100 jonge bomen en struiken gepoot; werd het pad langs de dijksloot vrijgekapt; en werden in de moestuin aardkribben aangelegd en ontstonden daartussen graspaden.
2018: Rond de moestuin werd een haagbeukheg geplant. Ook werd begonnen met allerlei soorten ‘forest fruit’ aan te planten.
In 2021 werd in de moestuin een kas geplaatst.
In de loop van de jaren werd steeds meer fruit en groente verwerkt als sap, jam, chutney, en diepvriesproducten voor eigen gebruik.
Ook werd steeds bewuster uitgegaan van een ecologisch maaibeheer.
Sinds 2020 houdt de KNHV-afdeling Hoorn een of twee nachtvlindertellingen per jaar.

HET POORTJE UIT

De verdere ontwikkeling van de buitenplaats is de passie van Jeroen en Lisan.

Op deze site is het grote aantal verwijzingen en voetnoten achterwege gelaten. De bronverwijzingen staan in het oorspronkelijke bestand op mijn computer vermeld. Een overzicht van gebruikte bronnen is aanwezig in Bronnen en Bijlagen