Kasteeltuin IJsselstein

[gerestylde en aanzienlijk uitgebreide versie]

Kasteeltuinproject [met de ontwikkelingen na 1990]
Met het geduld van een marmot
en de vasthoudendheid van een teckel

Sinds begin 1994 heb ik me ingezet voor het herstel van de kasteeltuin te IJsselstein, nadat ik er in de jaren 1990-1992 onderzoek naar had gedaan. De volgende pagina’s tonen de volharding waarmee door een grote groep voorstanders tegen de aanvankelijke anti-houding van de gemeente werd geageerd. Sommige van de zaken zijn in de loop van de tijd achterhaald of al uitgevoerd, maar ik heb ze in mijn teksten laten staan om een zo compleet mogelijk beeld van de tuingeschiedenis te geven. Maar ook over de ontwikkelingen tot 2019 is hier informatie te vinden.

De kasteeltuin in 1992 [Foto J.Oskam]

Als je geen langere adem hebt dan voor een tweet of alleen gevoelig bent voor one-liners, dan is deze site niet voor jou bestemd.
“Ga voor een groene long”
of “Zonder tijdmachine naar het verleden”.
Dergelijke one-liners geven veel te ongenuanceerd weer wat ik nastreef.
Wie bereid is aandacht te geven aan de nuance, kan hier verder lezen. Wie zich weinig tijd gunt en een “A4-tje” voldoende vindt om summier kennis te nemen van de ins en outs met betrekking tot de kasteeltuin, zoals de betekenis ervan voor IJsselstein, en alleen de grote lijnen  daarheen wil zien, kan terecht op de pagina “Aanzet tot een Raamplan” [al in 1994 aan het Gemeentebestuur aangereikt].

De locatie
Op de hoek van de Touwlaan-Kasteellaan, aan de rand van het oude centrum van IJsselstein, bevond zich in de loop van de jaren ‘90 naast de zestiende-eeuwse kasteeltoren een open terreintje met hier en daar een boom en een struikenpartij. Op die plek stonden eerder twee kleuterschooltjes en lagen de bijbehorende speelplaatsjes.

Het grootste deel van het historische kasteelterrein;
de pijl wijst naar de schooltjes; ‘t Slot en de Sporthal uit de beginjaren ’60 staan hier nog niet ingetekend. [Gemeente IJsselstein.bijgewerkte kadastrale kaart Sectie E2 van 1909. HUA. [caption id="attachment_2632" align="alignright" width="2145"] Het grootste deel van het historische kasteelterrein; de pijl wijst naar de plek waar de schooltjes hebben gestaan. [Google Earthi]

Men is er zich in de jaren ’50 en ‘60 niet bewust van geweest – of men heeft er geen waarde aan gehecht – dat deze schooltjes stonden op de plaats waar twee eeuwen eerder een deel van de kasteeltuin lag.
De kleuterschooltjes werden eind jaren ’50 gebouwd en zijn in de jaren ’90 afgebroken. Sinds januari ’94 lag het terreintje er verwaarloosd bij.
Een paar keer is er later op koninginnedag een beachvolleybaltoernooi georganiseerd, ook werden er popconcerten gegeven tijdens gemeente-dagen, en bij gelegenheid van de Ronde van IJsselstein – met Start en Finish in de Touwlaan – stond er een VIP-tent. Sinds 2000 is het terreintje gedeeltelijk in gebruik als nood-parkeergelegenheid en tussen 2007 en 2011 werd een ander gedeelte gebruikt als gronddepot.

Die plek maakt deel uit van een gebied met een – in dubbele betekenis – lange geschiedenis.

Hete brij
Sinds de afbraak van de schooltjes [rond 1980] zijn er door de gemeente, particulieren en instanties plannen ontwikkeld om op de tuinlocatie te bouwen: er kwamen plannen voor een stadhuis, seniorenwoningen, appartementen, een stadsmuseum of een horeca-gelegenheid, al dan niet met een ‘tuintjetje’. Daartegen werd van allerlei zijden bezwaar gemaakt [“Liever naakt dan namaak”] of men maakte op andere manier duidelijk dat er geen draagvlak voor bestond. Dat deel van de herinrichtings-geschiedenis is te lezen verderop op deze site.  Maar in het eerste gedeelte wordt ingegaan op de kasteel- en tuingeschiedenis vanaf de 16e tot halverwege de 20e eeuw.

In de tijd van de gronduitgifte voor Zenderpark  zat de Gemeente goed bij kas maar het geld kreeg andere bestemmingen [de kasteeltuin had “niet de hoogste prioriteit”], later werd de recessie aangegrepen. Er waren altijd wel dingen. Zoals heel praktische bezwaren: de tuin zou in ieder geval niet eerder worden aangepakt dan op het moment dat de parkeergarage onder Isselwaerde in gebruik zou worden genomen. Ook was er iets onduidelijks met “‘t Slot”.
Het 700-jarig stadschap van IJsselstein in 2010 was een prachtige aanleiding om de kasteeltoren en zijn omgeving een begin van luister te hergeven. Voornamelijk daarom trok wethouder Peter Doesburg het initiatief naar zich toe; met een werkgroep ontwikkelde hij een plan voor de ‘eerste-fase herinrichting kasteelterrein/kasteeltuin’: het vrijmaken van de grond op het binnenplein van het kasteel, het hergraven van een grachtgedeelte en een begin van de herinrichting van de tuin.


Eerste resultaat van de werkgroep was dat in het voorjaar van 2009 door het rooien van een paar bomen [die tegelijk een bedreiging vormden voor de veiligheid van publiek en auto’s op de parkeerplaats] en door het snoeien van struiken de kasteeltoren weer wat meer in het zicht kwam. Maar het was niet alleen in 1888 dat het leek alsof alles met betrekking tot het kasteel als zand tussen de vingers weggleed.
Maar nu eerst terug naar het verleden.

Kasteel en tuin rond 1650
Er bestaan geen complete tekeningen van de kasteeltuinen van IJsselstein. In documenten van vóór 1600 kan men zo nu en dan een korte mededeling erover aantreffen. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw is er ruimer informatie beschikbaar, maar uit de verschillende bronnen moet een beeld gereconstrueerd worden. Om duidelijk te zien hoe destijds de tuinen rond het kasteel gerangschikt lagen, kan uitgegaan worden van de bijgaande afbeelding.

Het kasteel werd in 1647-1648 getekend door R. Roghman. [Coll. Teylers Museum Haarlem.]

Van de kasteeltoren, het enige onderdeel van het complex dat op dit moment nog resteert, is het tentdak aan de achterzijde van het kasteel zichtbaar op deze afbeelding. Het vierkante grachteneiland, dat ongeveer voor de helft [rechts op de tekening] is afgebeeld, is de ‘binnentuin’ die alleen bereikbaar was via de brug vanuit het kasteel. Op dat tuineiland stond in de veertiende eeuw de voorburcht, die op een nacht in 1356 door “commando’s” uit Utrecht verwoest werd. Dat het kasteel met het front naar de IJssel gericht was, is af te leiden uit de omlijsting van de poort op de tekening.
Aan twee zijden van het kasteel – aan de IJssel- en de tegenwoordige Touwlaanzijde – lag  de Hofcamp. Oorspronkelijk was dit het oude strategisch wenselijke vrije schootsveld. In de loop van de eeuwen kreeg dat een andere functie en invulling.

Floris van Egmond (1469-1539). Portret door Jan Gossaert 1519(?).[ Mauritshuis, Den Haag.]

De kasteeltoren die als enig onderdeel van het kasteel bewaard is gebleven, is in 1528 waarschijnlijk door de Mechelse bouwmeester Rombout II Keldermans gebouwd in opdracht van de Heer van IJsselstein, Floris van Egmond. [Ook in opdracht van Van Egmond werd tussen 1532 en 1535 de toren gebouwd van de oude Nicolaaskerk (één van de eerste Italiaanse Renaissance-bouwwerken in de noordelijke Nederlanden!) en was men in de binnenstad rond 1500 bezig met de bouw en na de brand van 1537 met de herbouw van het cisterciënzerklooster “Mariënberg”]

Het Kasteel te IJsselstein in 1614. Aan de zuidwestzijde de Zonneberg met latten voor leifruit tegen de kasteelmuur tussen de torens. [Univ. Bibliotheek Leiden, Bijz. Collecties, Topograf. Atlas.]

De situatie rond 1750
Het terrein aan de noordwest- en noordoostzijde van het Kasteel heette vanouds “De Hofcamp”, en behoorde volgens de Tiendblokkenkaart van het Kapittel van St. Marie uit ca.1700 tot het kasteel. Het gedeelte aan de noordwestzijde [langs de onderrand van de onderstaande plattegrond] besloeg ongeveer 10 morgen [± 8,5 ha.] Gedeeltelijk werd deze grond als moestuin/boomgaard gebruikt door de kasteelbewoners. Op welke wijze en in hoeverre het gedeelte aan de noordoostzijde een rol gespeeld heeft, moet nader onderzocht worden. Voor de vraag wanneer de binnentuin als zodanig is ingericht, geldt hetzelfde. Het is gelet op de tuinstijl op de verschillende afbeeldingen die er van het kasteel bestaan, zeker dat de tuinen in de loop van de eeuwen aan de mode zijn aangepast. In de jaren rond 1650-1750 was dat een Hollandse geometrische parterretuin [ook wel knopentuin genoemd]. De Hofcamp was in kleinere kavels opgedeeld.

Het gedeelte van de Hofcamp dat lag aan de noordoostzijde van het kasteel (op het terrein rond het huidige hoofdgebouw van Isselwaerde) in 1744 (get. door J. de Beijer), gezien vanaf Eiteren. Van de lager gelegen ‘binnentuin’ is nog net de bovenrand van de hagen te zien.

Het kasteel met het tuineiland. Wat opvalt, is de hoge geschoren haag op het eiland; deze tuin werd in een archiefstuk van Drost Joachim de Beaufort aan het einde van de achttiende eeuw de binnentuin genoemd. [Zie ook de plattegrondtekening hierboven.] Tekening in grafiet door J. Versteegh, gedateerd 27 augustus 1756.Collectie tekeningen en prenten. Cat. nr. 202105. Het Utr.Arch.

De ontwikkelingen vanaf 1771
In het begin van de zeventiger jaren van de achttiende eeuw werd een openbare wandelplaats, de ‘Laan achter het Casteel’, de latere Touwlaan, aangelegd op kosten van de Oranjes. Het kasteel had zijn functie als vesting verloren en de laan kwam te liggen in het schootsveld aan de westzijde van het kasteel.
Er bleef een strook grond tussen de Laan en de kasteelgronden over. Deze werd gepacht door de toenmalige drost jhr. mr. Joachim Ferdinand de Beaufort.

Drost Joachim Ferdinand de Beaufort [Fam. archief de Beaufort. HUA]
Bijgestaan door zijn tuinman Lodewijk van der Haas ging De Beaufort experimenteren met de teelt van druiven, ananassen en hanekammen [vermoedelijk een Celosia spec.] die in stookkassen en aardkribben werden gekweekt in “de Broeituin”. In dat tuingedeelte kwam langs het pad aan de Touwlaanzijde een schutting van ongeveer 100 meter lengte waartegen perzikstruiken geleid werden.
Vanaf de loods [tot de huidige Kasteellaan] liet de drost de uitbreiding als siertuin ‘appropiëren’ [= geschikt maken). Daar kwam ‘Engelsch plantsoen’ ook wel ‘bloeiend hout’ genoemd, toen een nieuwe mode in de tuinen: exotische struiken die aangeplant werden om hun bloemen. Ook maakte hij gebruik van het microklimaat van de terugliggende muur tussen de torens aan de zuid(west)zijde; in tuinen bij andere kastelen werd een golvende ‘slangemuur’ gebouwd om een warmer omgeving te creëren. Met behulp van een ‘spalier’ tegen de kasteelmuur werden druiven gekweekt. Dit in de loop van vermoedelijk meer dan twee honderd jaar aangeplempte gedeelte in de kasteelgracht werd “de Zonneberg” genoemd. [Zie voor de afbeelding van de Zonneberg bij het kasteel in 1619 de paragraaf hierboven]
Door architect Van Stolk liet De Beaufort een tuinhuis ontwerpen dat in de binnentuin werd gebouwd, en samen met zijn tuinman ontwierp de drost een wandelpark in de vroege Engelse landschapsstijl.

Het Tuinhuisje/Speelhuisje in de binnentuin
In zijn artikel over ‘Jan van Stolk en het kasteel IJsselstein in 1769’ [zie de Literatuurlijst] analyseert D.B.M. Hermans het rapport dat Van Stolk in zijn functie van inspecteur van de Nassause Domeinen over het kasteel opstelde.

De voorzijde en plattegrond van het “Tuijnhuijsje” dat Drost De Beaufort liet bouwen.

Volgens een aantekening in het rapport van Van Stolk was Drost De Beaufort van plan een tuinhuisje of een “speelhuysje” op een van de hoektorens van het kasteel te laten bouwen. Met zijn wens voor zo’n verhoogd uitkijkpunt was de Drost niet de enige in IJsselstein. Op de kadastrale kaart van 1832 kun je op en langs de stadsmuur aan de zuidoostzijde van de stad op vier plaatsen een koepel[tje] aantreffen waarvan de theekoepel bij de molen als enige is overgebleven. In 1771 maakte Van Stolk een ontwerp waarvan hier het front en de plattegrond zijn afgebeeld. Het werd in 1772 gebouwd door meester-molenmaker Hijmen van Zijll en meester metselaar P. van Oosten, [zoals beschreven in het artikel over het Speelhuysje voor Joachim Ferdinand de Beaufort, Drossaart te IJsselstein. [Zie de Literatuurlijst.]

Uitgaande van de ontwerpvorm en de tuininrichtingsideeën uit die tijd, gecombineerd met het woord “Zomer Huis” aan de onderrand van een bewaarde tekening, is het het meest aannemelijk dat het speelhuisje werd gebouwd aan de rand van de binnentuin met uitzicht op de ‘vijver’, zoals de kasteelgracht [het tegenwoordige grachtgedeelte naast het Isselwaerdeterrein] in die jaren werd genoemd.

Voorgenomen verfraaiing van de kasteeltuin
Het kasteel was de dienstwoning van Drost De Beaufort. Over alles wat hij aan de tuin en het kasteel liet doen, moesten vooraf afspraken gemaakt worden met de Nassause Domeinraad. Anders zouden de goederen bij ‘verderf of versterf’ toevallen aan de Domeinen. Doordat De Beaufort uitvoerig over zijn veranderingen aan de tuin heeft gecorrespondeerd, is nu nog bekend wat zijn plannen inhielden.

Plan voor een park in de vroege landschapsstijl bij kasteel IJsselstein. [Familiearchief De Beaufort. HUA.]

Bij de politieke strubbelingen die zich aan het einde van de achttiende eeuw voordeden, werd de Drost de laan uitgestuurd, en is het niet meer van een realisering gekomen. Het ontwerp voor de voorgenomen verfraaiing van het tuincomplex is op de reconstructietekening ingepast op de plaats van het Hofcampgedeelte aan de noordoostzijde. Het is een van de eerste ontwerpen in de vroege-landschapsstijl in Nederland. Karakteristiek voor deze tuinstijl zijn slingerpaadjes, opgeworpen heuveltjes en “akkers voor bloemgevende veldvrugten” [in de beide vakken op het ontwerp waar de letter ‘A’ is geplaatst]. Verspreid in de tuin staan banken op plaatsen die aanleiding geven om over natuur, dood en leven te mijmeren.
Reconstructietekening van de kasteeltuin in 1772 met de overlay van de geplande vroeg-landschappelijke tuin.

Men was van plan een gedeelte van de Hofcampmoestuin te verkleinen tot de Broeituin. De rest zou ‘tuin van vermaak’ worden. Het halve maantje bij de  “Gemeene weg “ zou een heuvel worden, een “berchje”. Onder langs de rand van dit bergje zouden 6 Engelse Bomen worden gepoot.In de zuidoosthoek was een tweede heuvel gepland  op de top waarvan een sokkel met beeld of vaas zou komen. Tegen de heuvelhelling voorzag het ontwerp in een “Bosje voor Engels plantzoen 2e en 3e zoort en Bloemdragend”. Aan de kasteelzijde lagen de gazons met een aantal parkbomen. De kasteelgracht tussen binnentuin en het geprojecteerde park heet op het ontwerp “de Vijver”, en  de plaats van het speelhuisje wordt aangeduid met een krabbel met daarbij  het woord “ZomerHuis”.In de Broeituin kwam een stookkas waar naast andere planten ananassen werden gekweekt.

Op het tuinontwerp is nauwkeurig aangetekend welke bomen en struiken zouden worden aangeplant.

Het assortiment
[in de spelling zoals op het ontwerp]:
Treúrwilg [tweemaal; éénmaal gespeld als Teúrwilg
Camperfolie
Ordinaire Vlier
Larix
Treúrcipres
Ceder
Winmoúts Pijn [Weymouth den]
Laúrús cerasús [kennelijk nog geen Nederlandse naam: Laurierkers]
Jasmijn [in de vorm van een prieel met een bank: ”in de ronte jasmijn”]
Palm
Geele acasia
Denneboomen
Vogelkers
Tulpeboom [Liriodendron is in 1663 in Europa ingevoerd vanuit de oostelijke USA]
Sparreb[oom]
Sparreboomenbos
Witbonte vlier [mogelijk Sambucus nigra ‘Pulverulenta’]
Leisterbessen
Witte syring
Rode syring
Popú[lier]
Rode pavia [Aésculus pávia, een kastanjesoort
Yken
Bloemperk
Er is ook nog een half leesbare aanduiding:Ba[lsem(?)]roos.

De situatie in 1804-1812

Links op de tekening een glimp van de meest oostelijke rand van de binnentuin. Begin 19e eeuw. [Collectie Tekeningen en Prenten catnr. 206105. HUA.]

Nadat het kasteel aan het einde van de achttiende eeuw als kazerne en hospitaal had dienst gedaan, werd het aan het begin van de negentiende eeuw verhuurd voor bewoning. De familie Van der Capellen heeft er een tijd gewoond, o.a. de moeder van Godert A. G. Ph., die later gouverneur-generaal van Nederlands Oost-Indië werd, evenals de op nationaal niveau bekende ‘Capellen-Mars’ en Van der Duyn van Maasdam.
In 1812 werd het kasteel verkocht aan Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten. Tot 1886 bleef het in het bezit van diens familie; dat wil zeggen: de laatste dertig jaar woonde er dochter Louisa in haar eentje.

Toen het tuinplan van de Beaufort niet uitgevoerd kon worden en Franse troepen op het kasteel en het terrein ingekwartierd waren, werd tuinman Lodewijk Van der Haas particulier ondernemer en richtte hij de Hofkamp in als een warmoezerij [groentekwekerij].
Vermoedelijk werden in die jaren delen van de kasteelgracht gedempt.

De bemoeienis van Louise Strick
om het kasteel en zijn tuinen te behouden

Op 8 oktober 1857 vermaakt Louise aan haar petekind Louise Maria Lucia, het jongste kind van haar broer Jan Pieter, die op het huis “Zeevliet” in Benschop woonde, haar vierde aandeel in het kasteel en de daarbij behorende tuinen, houtgewassen en gronden, groot 2 ha 88 are 15 ca.

De kasteelpoort aan de tuinzijde gezien vanaf de bocht in het lange pad. Rechts een hoektoren met daarachter het koetshuis en stal. Daar ook het gedeelte van de gracht, dat nog was overgebleven. [Schipperus, 1888].
Bovendien was 17 morgen [= ca.14,5 ha] land in Over-Oudland bij de Looyebrug familiebezit.
Het is waarschijnlijk niet alleen omdat het haar petekind betrof, maar ook omdat dit kind pas vier jaar oud was en op een afstand van slechts “een kwart uur gaans” van het kasteel woonde. Dit nichtje zou een emotionele binding met het kasteel kunnen opbouwen, en het later kunnen bewonen. In een van haar latere testamenten bepaalt Louise ook dat het meubilair met de verdere inrichting grotendeels op het kasteel zou blijven: haar opvolgster zou dus in een gespreid bedje komen.

Stadszijde kasteel in de Tachtiger jaren van de negentiende eeuw. Foto beeldbank HKIJ.

In het testament van 1879 herroept Louise haar wilsbeschikking uit 1857. Ze heeft een andere tactiek bedacht om het kasteel veilig te stellen, zoals blijkt uit de volgende passage:
“Ik verzoek aan mijne erfgenamen en de verdere eigenaren van voormeld kasteel en landen om hetzelve niet in het openbaar, maar uit de hand te verkoopen, onder voorwaarde dat daarin nimmer eenige wereldlijke of Godsdienstige stichting zal mogen worden geplaatst onder welke benaming dat ook zijn moge, en dien verkoop binnen twee jaren na mijn overlijden ten uitvoer te brengen wijl ik toch vrees dat geen familie lid het kasteel zal willen blijven bewonen. Mogten zij hiertoe niet overgaan alsdan legateer ik boven hetgeen ik reeds heb besproken aan de Hervormde Diaconie te IJsselstein de som van twintig duizend gulden uit te keeren binnen twee maanden nadat, in strijd met mijn vermelde verzoek, wordt gehandeld; of nadat de tijd daarvoor bepaald is verstreken”.
Mogelijk heeft het nichtje haar te kennen gegeven dat ze ervan afzag om de zorg voor het kasteel over te nemen. Voor het bovenbeschreven verzoek in haar testament heeft Louise dan waarschijnlijk gekozen als de zekerste mogelijkheid om te bereiken dat de bewoning werd gecontinueerd. Dat zou immers niet het geval zijn als het kasteel in handen zou komen van een stichting.
De aanleiding voor het feit dat zij in haar testament van 2 juli 1885 nogmaals het legaat aan haar petekind heeft herroepen, is vermoedelijk dat dit nichtje in 1884 in het huwelijk is getreden met de emeritus-predikant Jan Dirk van Arkel te Bloemendaal.
Op 7 augustus 1886 overleed Louise, vierentachtig jaar oud, op het kasteel.

De ontwikkelingen na 1886

Kasteel IJsselstein vanaf de omgeving Oude Nicolaaskerk vrijwel zeker in de winter van 1886/87. [Coll. Mastwijk, HKIJ.]

Toen Louisa was overleden, had niemand van het grote aantal erfgenamen er behoefte aan het vervallen gebouw individueel of in gezamenlijkheid in bezit te houden. Ook de poging van Burgemeester Des Tombe om een van de Oranjetelgen ervoor te interesseren, leverde niet het gewenste resultaat op. De eerst aangewezene om het Kasteel te behouden, Het Rijk, liet het in de persoon van Minister van Binnenlandse Zaken Jan Heemskerk Azn. afweten. Hij heeft de IJsselsteinse zaak kennelijk politiek niet haalbaar geacht omdat hij weinige dagen tevoren de Tweede Kamer ƒ 24.000 had weten af te persen voor de aankoop van een unieke partij archiefstukken.

Het gebouw werd afgebroken en de sloopmaterialen verdwenen in kleine partijen van het terrein.

Binnenplein van het kasteel met sloopmateriaal, 1887. [Beeldbank HKIJ.]

Twee erfgenamen kochten enige tijd later een groot gedeelte van de grond terug die tot 1904 in hun bezit bleef.
 Van de verkoop van de bomen in de tuin is de notariële akte bewaard gebleven. Bernard Schilte van B. Schilte en Zonen’s Houthandel en Houtwarenfabriek b.v., de voorloper van Schilte b.v. Nederland was de koper die de meeste van de bomen kocht.

Tijdens de veiling op 15 december 1887 werden door diverse kopers een of meer bomen gekocht.
Volgens de veilingakte betrof het per koper de volgende soorten en aantallen:
linde 2 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 5 – 6 – 6 – 6 – 8 – 6  (50)
noteboom 1 – 1 -1 – 1 – 1   (5)
vruchtbomen ? – 4 – 10  (±20)
iep 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 2 – 1   (8)
es 1 – 1 – 1 – 1 – 1 -1 – 1 – 1 -1 -1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 2 – 1 – 2  – 3 – 3 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 2 – 2 – 3 – 2 – 3 – 3 – 2 – 3 – 2 – 3 – 3 – 1 – 1 – 2 – 2 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 2  – 2 – 2 – 1 – 2 – 2 – 1    (111)
populier 2  (2)
berk 3 – 2 – 1 –  3 – 1  (10)
hakhout ? – ? – ? -? – ? – ? – ? – ? – ? –
plataan 1 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 1 – 2 – 2 – 1 – 1 –  1 – 1   (16)
acacia 1 – 2 – 1 – 1    (5)
eik 1- ? – 1- 1 – 1 – 1 – 3 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 2 – 2 – 1 – 1 –  2 – ((±24)
denneboom (spar?) 1 – 1 – 1   (3)
beuk ? – 1   (±5)
kastanje 1 – 1   (2)
wilg 1 – 1 – 1     (3)
els 1 – 1 – 1 – 2 – 1 – 1    (7)
(mei ? )doorns 2   (2)
sparreboom ?     (±5)
knotwilg 1 – ? – ? – ? – ?     (±15)
kersebomen ? – ?     (±5)
peppels 2 – 1 – 1 – 1   (5)
knotessen ? – ? – ? –  (±10)
esdoorn 1 – 1    (2)
beukenhaag niet verkocht.
In totaal ca. 315 bomen
Het enige dat het Gemeentebestuur had weten te bereiken was dat er in de kasteeltuin een strook geboomte langs het Plantsoen gespaard bleef. Maar niet voor lang. In 1893 werd in de Raad besloten dat men er nog één jaar huur voor op de begroting wilde zetten.

Lodewijk van der Haas was in het begin van de 19e eeuw in de gelegenheid om de Hofcamp van Domeinen te kopen. Na het overlijden van zijn weduwe ging de tuin in 1841 bij publieke verkoop over op Bernard van den Heuvel. Deze liet een brug over de stadsgracht aanleggen om vanuit zijn huis in de Kerkstraat gemakkelijk in de tuin te kunnen komen. In 1882 verkoopt zijn dochter Carolina de Hofkamp aan Gerrit van Rooijen, de vader van de Gebroeders, de meubelfabrikanten, die het perceel in 1906 van hun moeder erven.

De situatie in de jaren 1920-ca.1940
In 1921 verkopen zij de Hofkamp aan het R.K. Kerkbestuur die het in 1922 doorverkoopt aan de “R.K. Vereeniging voor Ziekenverpleging” die er het “Ziekenhuis St.Jozef” (het huidige hoofdgebouw van Isselwaerde) laat bouwen. Een stukje familie- en stadsgeschiedenis blijft bewaard in de naam “Hofkamp” van het huis dat door een lid van de familie Van Rooijen aan de Poortdijk werd gebouwd.
In 1928 en 1934 lieten achtereenvolgens notaris Kool en huisarts Leerling hun villa’s op de voormalige binnentuin bouwen. Op de vroegere binnenplaats van het kasteel verrees in 1931 het Groenekruisgebouw (het in 2016 afgebroken Vitras-gebouw).

Het voklstuinencomplex op de voormalige kasteeltuin, vrijwel zeker in het jaar 1929, nadat een jaar eerder notaris Kool zijn villa had laten bouwen. Foto genomen vanaf de toren van de oude Nicolaaskerk. Foto Beeldbank HKIJ.

Het tuingedeelte aan de Touwlaanzijde was tot de vijftiger jaren van de vorige eeuw nog geheel onbebouwd.

Na WO II
Voor de oorlog was de Gemeente al bezig met plannen voor een stadsuitbreiding, maar door de oorlog was het er niet van gekomen om die plannen te realiseren. In de jaren ’50 en ’60 werd de open ruimte van de kasteeltuin volgebouwd: er kwamen drie scholen een sporthal en een buurtcentrum. Oud-gemeentesecretaris Derks schreef me in de jaren ’90 een brief waarin hij als zijn mening te kennen gaf dat het indertijd een verkeerd Raadsbesluit was geweest om de strook langs de Touwlaan als locatie met “bijzondere bestemming” in de plannen op te nemen.

De gemeentelijke plannen in vogelvlucht
Zie voor de activiteiten in de jaren 1992-1996 Kasteeltuinkroniek

1994
Nadat de kleuterschooltjes ‘‘t Kasteeltje’ en ‘Dikkertje Dap’ waren afgebroken, ontstond in het gemeentelijk brein – het kan ook enige tijd eerder zijn geweest – het plan om op die ca. 3000 vierkante meter grond tien à twaalf (senioren)woningen te bouwen en er – half verdiept – zestig parkeerplaatsen aan te leggen. Tijdens een besloten vergadering van de Commissie ‘Ruimtelijke Ordening en Welzijn’ in de maand juni kwam dit collegevoorstel aan de orde. In juli werd voor de eerste maal een voorbereidingsbesluit dat volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening genomen moest worden, van kracht voor het hele gebied dat ik als kasteeltuinencomplex in het boek Tuinen in de Lopikerwaard had beschreven [ruim twee en een halve hectare groot]. Een aantal commissieleden ging tijdens de openbare vergadering die in augustus plaatsvond, niet akkoord met het voorstel. “Men moet zeer zorgvuldig met dit stukje historisch IJsselstein omgaan” vond één van die leden, en terecht. Er moest nog maar eens goed gekeken worden of die uitbreiding van de parkeergelegenheid wel zo noodzakelijk was, en de sociale woningbouw haalbaar. Dat was overigens de mening van meer partijen toen het voorstel in de raad kwam.

1995
Op één van de laatste dagen van maart dook het plan weer op; het had iets van een aprilgrap. De aantallen van de woningen en parkeerplaatsen waren enigszins gewijzigd maar het had er alle schijn van dat men het na een half jaar stilte maar weer eens wilde toetsen op draagvlak. 
In mei werd een nieuw voorbereidingsbesluit genomen, dat in juli van kracht werd.
 In oktober kreeg de wethouder de neuzen van de commissieleden nog steeds niet in dezelfde richting.
 In de loop van dit jaar kwam en ging dhr. J. Tamboer met het voorstel om ter plekke een kasteelraadhuis/annex cultureel centrum te bouwen met een grote ondergrondse parkeergarage.

1996
Op 18 januari 1996 verscheen architect Maarten Min uit Bergen NH. plotseling in de commissievergadering met een ontwerp voor de bouw van 37 woningen en 100 parkeerplaatsen.
Klik voor meer informatie ‘ONTWERPATELIER’ MIN.
De commissievoorzitter in de persoon van de burgemeester verdedigde het plan op zijn karakteristieke wijze. Hij deed het voorkomen alsof al een half jaar door het architectenbureau aan het project gewerkt was, terwijl in de vergadering van oktober nog geen besluit in die richting genomen was. Een aantal commissieleden zei zich overvallen te voelen.
 Op 10 juli werd voor de derde maal een voorbereidingsbesluit genomen. Tijdens de commissievergadering een week eerder – op 3 juli -, nu voorgezeten door Wethouder Schouten, kwam men nog steeds niet tot overeenstemming.
 Dhr. Wim van Sijl bracht in de inspreekronde nieuw geschut in de strijd in de vorm van het masterplan “Complex Vestingwerken”. Ook hij pleitte ervoor ter plekke niet te bouwen. 
Het gemeentebestuur wekte de indruk dat binnenkort de art.19-procedure (uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening) in gang gezet zou worden. De publieke tribune vroeg zich gonzend af of de PPC [Provinciale Planologische Commissie] en GS het eens zouden zijn met de conclusie van het College, die verwoord stond in het voorstel uitgebracht voor de zitting van 18 januari 1996, dat er geen sprake leek te zijn “van op voorhand in te schatten tegenstrijdigheden in de ruimtelijke randvoorwaarden”. 
Verdragen drie woonlagen en honderd parkeerplaatsen (zo ver was het aantal nu opgeschroefd!) zich met deze historische plek….?

1997
Tijdens de Raadsvergadering van 3 juli 1997 werd voor de vierde maal een ‘voorbereidingsbesluit’ genomen. Het werd op 10 juli van kracht. Zo’n besluit moet genomen worden in het kader van de wet op de Ruimtelijke Ordening wanneer een gemeente wil afwijken van het bestaande bestemmingsplan. Het blijft een jaar van kracht.
De bewoners van de Touwlaan en Kasteellaan zijn via mijn brief van 2 juli 1997 geïnformeerd over de gemeentelijke plannen.
Na een periode van betrekkelijke rust aan het front kwamen half oktober 1997 de heren Van Sijl en Van Meys met een nieuw plan. 
In ‘Midden Nederland’ van het Utrechts Nieuwsblad stond op dinsdag 21 oktober een artikel van een halve pagina met een schetsontwerp, onder de kop:
”Oude toren terug in Middeleeuwse setting; alternatief plan ‘Kasteelcomplex IJsselstein’.”
Van Sijl en Van Meys willen de funderingen van het kasteel blootleggen, en deze locatie een historisch-recreatieve invulling geven: een bar-bistro, een ruimte voor toneelopvoeringen enz. Aan de zijde van de Touwlaan willen zij in plaats van de Fatimaschool en de sporthal een parkeerplaats aanleggen onder de naam “Toernooiveld”. De zevenendertig woningen waaraan het Gemeentebestuur dacht, konden dan gesitueerd worden op de plek van het [voormalige] Fulcotheater en de naastgelegen parkeerplaats aan het Kronenburgplantsoen.

1998
Op 21 januari zou de Commissie voor R.O./W. vergaderen. Het dreigde nu toch serieus te gaan worden. Het was nodig dat de buurt gemobiliseerd werd.
De HKY had de decembereditie aan de locatie gewijd: ‘ … verdediging van de historische kwaliteit; 1297- Berthe van IJsselstein verdedigt tot het laatst het kasteel; 1997- HKIJ verdedigt de historische kwaliteit van wat ons rest.’ Mij was gevraagd een artikel over Fulco te schrijven. Het kreeg als titel: IJsselsteins kasteel als ‘lieu de Mémoire’; kanttekeningen bij “Fulco de Minstreel” n.a.v. de belegering van Kasteel IJsselstein in 1297/98.
Die woensdagavond heerste er een geladen sfeer in de foyer van het Stadskantoor aan de Planetenbaan. Wethouder Schouten, anders zich heel bewust van zijn gastheerschap, liep scheetsgewijs van hot naar haar. 
Even over achten liep de publieke tribune snel vol. Iedereen zat nauwelijks of de wethouder nam het woord en deelde mee dat agendapunt 5a naar voren geschoven werd. Hij wenste namens het College het voorstel met betrekking tot de invulling hoek Touwlaan/Kasteellaan in te trekken. En na de verkiezingen in maart zou opnieuw gestart worden met de ontwikkeling van een brede visie op het hele gebied. Tumult alom. Verwarring bij de politieke partijen. Die hadden zich voorbereid op een stevige robber. Verdere bespreking van dit agendapunt werd daarom door de fractiewoordvoerders zinloos geacht. Het leek of er een ballon leegflubberde. Wethouder Schouten probeerde nog wat te redden: van die brede visie op het hele gebied zou afhangen of het voorstel van het College in zijn geheel gehandhaafd zou kunnen worden, of voor een deel, of helemaal niet. De voorzitter van de HKY, die in een geciteerde quote van de Wethouder in de krant zich onheus bejegend had gevoeld, eiste als eerste inspreker dat Schouten “deze woorden terugnam”. Toen ik aan de beurt was om in te spreken, ging ik in mijn Verweerschrift in op de afhandeling door de gemeente van de reacties van de Provinciale Monumentencommissie, de Provinciale Welstandscommissie en de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. Ik vond het belangrijk om deze zaken openbaar te maken omdat de fracties kennelijk niet van alles op de hoogte waren of verdraaide informatie hadden gekregen. [Het laatste gedeelte van wat ik had voorbereid, was door de plotselinge wending van de gebeurtenissen overbodig geworden.]
Terwijl ik nog bezig was, kwam architect Min de zaal in met een maquette en computeruitdraaien van het ontwerp. Dhr. Rietveld stond als nummer drie op het lijstje van insprekers en gaf namens de HKY nog een korte toelichting, waarbij hij meedeelde dat er door het Bestuur van de HKY een brief naar de Koningin was gestuurd. Toen mocht architect Min nog even tien minuten spreken. Zo was hij tenminste niet helemaal voor niets uit Bergen NH naar IJsselstein gekomen. [Men had hem niet ingeseind dat zijn komst die avond zinloos zou zijn.]
Op 28 januari kwam een reactie in Zenderstreeknieuws: “Kasteelterrein staat door advies opnieuw ter discussie; Historische Kring IJsselstein stuurt brief aan koningin”.
Op 4 februari was in het bovengenoemde regioblad de afdeling IJsselstein van D’66 aan de beurt voor een partijprofiel. Lijsttrekker Bert Kamminga pleitte voor een referendum over de hoek Touwlaan/Kasteellaan. Toen ik dit schreef – 10 maart 1998, en de gemeenteraadsverkiezingen waren nog geen week geleden gehouden – vermoedde ik dat deze eenzame D’66-er niet veel gehoor zou krijgen in de Raad. De ruime meerderheid van VVD, PVDA en SGP die het duidelijk niet eens waren met het Collegebeleid t.a.v. de kasteeltuin, stemde me positief: vier jaar beeldvorming in het belang van de stad had gewerkt.
Begin juli ’98 werd tijdens de raadsvergadering gereageerd op het programma van het nieuwe college. M.b.t. de kasteeltuin vroeg La Roi (RPF) hoe het stond met het referendum over de hoek Touwlaan-Kasteellaan; er werd niets over gemeld in het program. Geantwoord werd dat het college voor de gehele binnenstad een totaalplan wilde uitbrengen. Uitgangspunt zou daarbij zijn behoud en opwaardering van het historisch aanzien van de binnenstad.

1999
Op 24 maart 1999 stond in Zendersteeknieuws een artikel met de kop: “Bewoners willen grote ondergrondse parkeergarage” met een vette kop daaronder: “Wat gebeurt er met de auto?” Op 16 maart was er een avond geweest waarop de BBIJ (Bewoners Binnenstad IJsselstein) haar visie op de binnenstad presenteerde. Een advies aan de gemeente was, te zorgen dat de ontwerpopdracht voor de omgeving van het kasteel in handen van één architect gelegd zou worden. Onder de foto van het kasteeltuinterrein stond: “De bewonersvereniging Binnenstad IJsselstein wil op het terrein bij de Kasteeltoren kleinschalige woningbouw, groen en een ondergrondse parkeergarage.”

Plannen 1999 en 2000
In het najaar 1999 stond op de hoek Touwlaan-Kasteellaan plotseling een groot bord met daarop de visie van B.B.en W. (Bart Rietveld – Bert Murk – Wim van Sijl).

Het bord op de hoek van de Touwlaan-Kasteellaan

Het trok veel aandacht. Over de invulling van de kasteeltuin op de open plek aan de hoek Touwlaan-Kasteellaan spraken zij zich niet uit.

Het ontwerp van B.B. & W. zoals het op het bord stond

Op maandag 1 mei 2000 startte het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) om de archeologische waarde van het terrein te bepalen. Daarvoor werden drie proefsleuven gegraven.
Klik voor informatie over het ADC-rapport op BODEMARCHIEF
Voordat het rapport van ADC verscheen, was er op 4 juli een informatieavond in het Fulcotheater waar architect Teun Koolhaas (overleden in 2007) zijn plan toonde in verband met de inrichting van de ‘hete locatie’. Daarin werd voldaan aan de eerder in de raad vastgestelde randvoorwaarden van maximaal vier woningen in de kasteeltuin; ook zouden de vestingmuren en de fundering van het oude kasteel zichtbaar gemaakt worden op de plaats waar het Vitrasgebouw staat. Er werd kennelijk al rekening mee gehouden dat een ondergrondse parkeergarage in de omgeving van de kasteeltoren g een reële mogelijkheid was. Op de vraag of die vier woningen stedebouwkundig beslist noodzakelijk waren, gaf Koolhaas ten antwoord dat dat geenszins het geval was, en dat een park op die plaats een heel goede optie was. Zo raakte de kasteeltuin in een stroomversnelling.
Op 6 juli kwam het Utrechts Nieuwsblad met de kop: “Plan Koolhaas krijgt concurrentie”. In het artikel werd melding gemaakt van een plan van Jos Bol en Catja Kuijer. Zij opteerden voor een klassieke tuin omringd door buxushaag, rozen en leilinden. Daarnaast was in het plan rekening gehouden met een integratie van de oude kasteelfundamenten, een horecagebouw en parkeergelegenheid.
Op 8 september 2000 haalde de kasteeltuin de landelijke pers. In de Telegraaf stond een 14-regelig artikeltje. Drie van de vijf informatie-elementen daarin waren overigens bezijden de waarheid.
 En op 13 september kopte het Zenderstreeknieuws met “Archeologische bodemvondsten zitten bebouwing Kasteelplantsoen in de weg”.

Het verloop van de gebeurtenissen sinds 2008

Werkgroep Kasteel [2008-….

11 nov. 2008 kwam de adviserende Werkgroep Kasteel, waarvoor men ook mij had benaderd, voor het eerst bij elkaar om na te gaan wat er op dat moment gedaan zou kunnen worden om de impasse rond Kasteel en Kasteeltuin te doorbreken. Wethouder Peter Doesburg had zich in allerlei archirefmateriaal verdiept en was tot de conclusie gekomen dat er wel een aantal zaken gedaan zou kunnen worden om vooruitlopend op een definitief plan aan de inwoners van IJsselstein meer zicht op kasteel en terrein te geven zonder daarmee de mogelijkheden voor een definitief plan te beperken.
De werkgroep voerde overleg met de provinciale archeoloog, met de adviseur van de Rijksdienst Monumentenzorg [zo heette de dienst toen nog!], de Provincie, het Roest Crolliusfonds, de buren van de kasteeltoren, een grondradarbedrijf, en verdiepte zich nog verder in de historie van kasteel en tuin. Ook werd nagegaan of het Groenekruisgebouw verplaatst zou kunnen worden, evenals de nutsgebouwtjes aan de Kasteellaan en wat de eventuele kosten van een en ander zouden zijn.Zo werd het plan ontwikkeld dat uit de volgende onderdelen bestond :
1. sloop van het Vitrasgebouw;
2. het ontgraven van een gedeelte van de gedempte kasteelgracht;
3. het herinrichten van een deel van de kasteeltuin.
Dit alles moest gebeuren in overleg met de instanties die zorg dragen voor de juiste behandeling van archeologisch waardevolle locaties; en het plan bleek niet in strijd te zijn met het rapport “Visieontwikkeling omgang met het cultureel erfgoed in de binnenstad van IJsselstein” [ADC Heritage BV] dat in augustus 2009 verscheen].
Ook werden de aanwezige bomen op het kasteelterrein en -tuin geïnventariseerd en werd een snoeiplan opgesteld om weer zichtlijnen te laten ontstaan.

De stippen met bijbehorende cijfers geven bij benadering de plek aan waar bomen staan. De cursieve cijfers duiden de plekken aan met te dunnen of te verwijderen esdoornopslag.
1. Fagus sylvatica en Taxus sp. – 2 en 3. Exn Acer sp. – 4. Drie exn Populus sp. – 5. Populus sp. – 5a. Twee exn Abies/Pica sp. – 6. Vier exn Acer sp. – 7 en 9. Taxus sp. – 8. Taxus sp., Betulus sp. en Abies/Pica sp. – 10. Ilex sp. en Abies/Pica sp. – 11 en 11a. Aesculus hippocastanum – 12. Niet gedetermineerd ex., twee exn Acer sp. en een ex. Sambucus sp. – 13 t/m. 19. Acer sp. opslag in stroken en vlekken. 20. Geschoren haag Liguster sp. op 1,50 m uit de toren. 21 Grotendeels verwaarloosde haag van Liguster sp. 22. Liguster en Berberis sp. – 23. Drie exn. Alnus sp.

In het voorjaar van 2009 werden de drie zichtbenemende populieren op de scheidslijn tussen kasteel- en noodparkeerterrein [bij het cijfer 4 op de tekening hierboven] gerooid. Ook werd de esdoornopslag aan de rand van de Touwlaan verwijderd.

18 april 2010 ging ik naar de raadsvergadering. Eindelijk zou er iets gaan gebeuren.
Onder punt 15 zou het “Raadsvoorstel tot het instemmen met eerste fase herinrichting Kasteelterrein” behandeld worden.
Het college stelde aan het begin van de vergadering een agenda-wijziging voor en trok punt 15 in.
Kort vóór deze vergadering had het Roest Crollius Fonds de mondelinge toezeggingen, gedaan door de voorzitter in het kader van “IJsselstein 700 jaar stad” een substantiële financiële bijdrage te leveren [€ 500.000] voor renovatie/restauratie van kasteelterrein/kasteeltuin, opgeschort. Het fondsbestuur had een totaalvisie verwacht die niet gegeven kon worden omdat het grondradaronderzoek nog niet had plaats gehad.
Tijdens de raadsvergadering werd de door de opschorting ontstane situatie toegelicht door werkgroepvoorzitter, Wethouder P. Doesburg.
Dat betekende dat de start van het miniplan kasteeltuinproject wegens de wisseling van de gemeenteraad minstens voor een half jaar zou worden vertraagd.
Bij punt “22. Startnotities en verkennende debatten” van de Agenda komt dhr. Spanjers van Groenlinks terug op het punt “kasteelterrein”. Namens de coalitiepartijen vindt hij dat er (dit jaar 700 jaar IJsselstein) een werkgroep uit de raad zou moeten komen die voor het nieuwe college een bestuursopdracht voorbereidt met betrekking tot een ontwikkelingsplan voor het kasteelterrein. De drie coalitiefracties zullen na de verkiezingen het initiatief nemen om de andere fracties uit te nodigen te participeren in een werkgroep.En dat wordt Stichting De Aanzet.
In januari verschijnt in de krant een artikel waarin wordt beschreven dat een groep vrijwilligers onder wie een aantal bewoners van het Kronenburgplantsoen, het initiatief heeft genomen om het kasteelterrein op te knappen, te beginnen met de brug van het Vitrasgebouw en het gebouw zelf. Er wordt een officiële stichting voor in het leven geroepen. Maar het initiatief komt niet echt tot bloei. In 2012 kwam”Stichting De Aanzet” met een plan een horecabedrijf in het Vitrasgebouw te vestigen.

Werkgroep Kaders Kasteelterrein
Op 31 augustus 2011 wordt in het Cluster Ruimte van de Raad een Werkgroep Kaders Kasteelterrein geformeerd. De werkgroep bestaande uit de heren Peter Bekker, Hans Lappee, Cor Lemstra, Huib Veldhuijsen en Jos de Wit, heeft zich ten doel gesteld om “kaders te formuleren welke aan het college worden meegegeven om te komen tot een waardige bestemming van het kasteelterrein”. In theekoepelgesprekken op 10 september van dat jaar werd afgetast welke opvattingen over het kasteelterrein bij verschillende instanties en personen bestonden. Dan komt op 3 november in een openbare vergadering van cluster Ruimte de ‘Nota Kaders Kasteelterrein’ in bespreking.

In de Inleiding wordt een korte samenvatting gegeven:
De werkgroep heeft geoordeeld dat alle uitersten van het politieke proces zijn besproken en dat er nu beslissingen moeten worden genomen. De geboden mogelijkheden staan zo haaks op elkaar dat er altijd een groep is die zich in de te maken keuze onvoldoende zal herkennen. In de voorgestelde aanbevelingen en het plan van aanpak wordt uitgegaan van een realistische inrichting, korte en lange termijnvisie, kostendragers en offers.
Er wordt voorgesteld de vier kwadranten rond de kasteeltoren te bestemmen voor enerzijds wonen, zorg en zo mogelijk passende horeca en anderzijds in te richten als cultuurhistorisch domein met de functie van stadspark. De verscheidene functies worden zo ingevuld dat de beleving van de deelgebieden elkaar versterken. Dit is wel heel veel kool en geit.

De ‘kwadranten’ zoals opgenomen in de scenariostudie door Marieke Visser. April 2012.

Van jeugdige hybris getuigde het voorstel om het stadspark op 29 maart 2014 te openen. [Dan zou het 200 jaar geleden zijn dat de grondwet van het koninkrijk werd ingevoerd waarbij Van der Duyn van Maasdam, destijds bewoner van het IJsselsteinse kasteel, een belangrijke rol had gespeeld.]
Het belangrijkste punt van aandacht was het Groenekruisgebouw.

Scenariostudie Stadspark
In de scenariostudie Stadspark van april 2012 stond het Groenekruisgebouw centraal, met kostenplaatjes en afwegingstabellen.

1.a. Verkoop Groenekruisgebouw;
1.b. Verhuur  Groenekruisgebouw;
2. Handhaving Groenekruisgebouw, de stad het laten oplossen;
3. Sloop Groenekruisgebouw.
Op 29 mei doet het college van B&W een voorstel aan de Raad om te kiezen voor scenario 1.a.
Maar dit voorstel haalde het niet. Want in juli is het College van Burgemeester en Wethouders met informatie gekomen voor mensen die eventueel ideeën hadden om het gebouw te huren.
Welke de mogelijkheden en de beperkingen waren waarmee de huurder rekening diende te houden en de voorwaarden waaronder gehuurd kon worden, zijn [maar waren in 2023 niet meer] te lezen op http://www.ijsselstein.nl/document.php?m=5&fileid=14315&f=d27f7bfaf9f1532c3334d320e0f7b528&attachment=0&c=19039

Wegens een later verlaagde huurprijs kreeg  een mogelijke huurder tot 1 februari 2013 de tijd om te reageren.
En de tijd verstreek … tot de raadsvergadering van 30 mei. Toen stond op de agenda onder punt nr.8: het voorstel “Groenekruisgebouw en voortgang Kasteeltuin”.
Na een aantal schorsingen haalde het voorstel een meerderheid, weliswaar met een amendement:

De punten 2 en 3 van het voorgestelde  besluit moesten worden geschrapt waarvoor in de plaats de volgende formulering kwam: “Voor afwaardering, archeologisch onderzoek en sloop van het Groene Kruis gebouw een krediet van € 1.500.000 beschikbaar te stellen [onder toevoeging: “van de € 2.000.000 die maximaal zijn gereserveerd”.]
En uiterlijk september 2013 een inrichtingsplan voor de kasteeltuin, inclusief financiële consequenties op te stellen op basis van eerder gestelde kaders.
Voor deze planvorming een (voorbereidings)krediet beschikbaar te stellen van maximaal € 50.000.

De geschiedenis rond die plek lijkt zich te herhalen.
Voorstanders van het behoud van het Vitrasgebouw brengen emotionele, financiële en  kunsthistorische argumenten  naar voren vergelijkbaar met die welke in 1887 in de RC te lezen waren gericht op het behoud van het IJsselsteinse kasteel. In december van dat jaar schreef Victor de Stuers, het hoofd van de afd. Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, en sinds 1870 de stimulerende kracht achter de Monumentenzorg in Nederland, het volgende:Bij de voorstanders ontbreekt evenals destijds de bereidheid om hun nek uit te steken.

Intussen werd de 38 jaar oude sportzaal op het kasteelterrein aan de Touwlaan – voorzover ik heb begrepen – vervangen door een semi-permanente, waarmee de realisering van het deel van de tuin waarop deze gymzaal staat, op de lange baan wordt geschoven. Ambtelijker geformuleerd [in ‘Achtergrondinformatie Locatie Touwlaan en omgeving’ d.d. 5 -9-2012]: er zal gewacht moeten worden tot ”de scholen en de gymzaal gecombineerd worden in een multifunctionele accomodatie.”
En intussen is het februari 2014.
Ik heb bij geruchten gehoord dat er mensen van de Touwlaan zijn uitgenodigd om gehoord te worden over de kasteeltuin.
Ik ben benieuwd. Kwaad maak ik me er maar niet meer over. Dat is slecht voor je hart. Er zijn zo veel wisselingen in het ambtenarenkorps geweest dat de mensen die er nu zitten, er geen weet meer van hebben welke vorken aan welke stelen zitten. Misschien kunnen ze dit gedeelte van mijn site eens bekijken.

[Over een aantal van de hier aangeroerde zaken is in 2023 nog hier en daar informatie te vinden op Internet.

De realisering

Zou het dan toch waar zijn?
Dat er in 2014 een begin gemaakt wordt met de kasteeltuin en het kasteelterrein.

De ontwerpfase
Er werd van de zijde van de Gemeente een Planbegeleidingsgroep ingesteld die op 29 januari voor het eerst bij elkaar kwam. Daarin hadden zitting omwonenden uit de Touwlaan en het centrumgebied, IVN-ers en vertegenwoordigers van de HKIJ, het Museum IJsselstein en de Ondernemersvereniging De Baronie. Deze klankbordgroep diende om vast te stellen of er in de verschillende achterbannen draagvlak voor de plannen zou bestaan; de leden werd verzocht de plannen uit te dragen om op deze wijze het draagvlak te vergroten.
Het Gemeentebestuur had de opdracht in handen gegeven van bureau “Karres en Brands, landscape architecture + urban planning” in de persoon van landschapsarchitect Jorrit Noordhuizen. Ook was een projektteam gevormd ter begeleiding en toetsing van het ontwerp-proces in zijn opeenvolgende fasen.
De gemeentelijke projektleider Hans van Kats vertelde in zijn inleiding wat de opdracht aan de landschapsarchitect inhield: “een basisplan voor een stadspark (dat recht doet aan het archeologisch monument, waarbij de zichtlijnen van de kasteeltoren zijn hersteld en dat een aantrekkelijk verblijfsgebied is voor alle inwoners en bezoekers van IJsselstein) met varianten, gespreid vanaf een minimale variant met bijbehorende kosten tot een maximale variant met de daarbij behorende kosten per onderdeel”.
De gemeentelijk kaders werden nog eens opgesomd: Structuurvisie en ontwikkelingsvisie Binnenstad; kaders kasteelterrein d.d. 3 november 2011; Beeldkwaliteitsplan Binnenstad; Onderzoek naar een mogelijkheid van een kiosk met mogelijke horecafunctie; het besluit om het tijdelijke parkeerterrein [op de kasteeltuin] pas te laten verwijderen als er parkeerplaatsen op het Kloosterplantsoen zijn gerealiseerd.
Ook wees Van Kats de Pbg-ers erop dat in de Raad was bepaald dat het Groene-Kruisgebouw gesloopt zal worden, en dat het huidige projekt alleen de kwadranten A en C betreft. [Zie  VERLOOP… 2008-2013]
Toen was het de beurt aan bureau Karres en Brands. Dat wilde via een brainstorming ideeën en suggesties horen met betrekking tot functie, sfeer en uitstraling, en de wijze waarop de historie beleefd kan worden.
Met de gegevens die uit de Planbegeleidingsgroep opborrelden en al het onderzoeks- en studiemateriaal zou de landschapsarchitect aan de slag gaan.

Op 26 maart kwam het bureau met een presentatie van een drietal varianten voor een eerste globale invulling van het terrein. De variant “Veld” is geïnspireerd op het open schootsveld dat er ooit tot 1770 aan de desbetreffende zijde heeft gelegen. De variant “Water” sloot aan bij de stadsgracht en de nabij gelegen Hollandse IJssel. De variant “Boomgaard” gaat terug op de vele boomgaarden die in het niet zo verre verleden rond IJsselstein hebben gelegen. De varianten waren in het ‘projektteam’ al aan de orde geweest. Nu kon er door de Pbg-ers op geschoten worden in een rondje eerste reacties.

De varianten die door landschapsarchitect Noordhuizen werden getoond en toegelicht.

Vrijwel unaniem ging de voorkeur uit naar de ‘Veld”-variant.
Uit de groep kwamen meteen al suggesties voor invulling van de tuin en het plateau naast de toren. Men vond het belangrijk na te gaan wat in de ondergrond van het kasteel aanwezig was. Voorgesteld werd om wat via een scan zichtbaar gemaakt zou worden met lijnen/vlakken in de vloer van het plateau te visualiseren. Vanuit het museum werd het plateau al ingevuld met theater- en concertoptredens, waarbij het publiek ook plaats zou nemen op het plateau. IVN pleitte voor mogelijkheden van natuureducatie in een deel van de tuin. Omdat op een deel van kwadrant C vroeger een omgrachte moestuin heeft gelegen [en in de eerste helft van de 20e eeuw lagen er langs de Touwlaan volkstuintjes], werd de suggestie gedaan een deel van de ruimte in te richten als kitchengarden.

De moestuin aan de overzijde van de gracht achter het kasteel.
Bewerkte tekening door M.Z. van Boxhorn in 1632, door J. Blaeu in 1652 opgenomen in TOONNEEL DER STEDEN….

De Kitchengarden van Heale House in Middle Woodford.[Mary Keen. !989. The glory of the English Garden, 245.]

In verband met de nadere invulling werd binnen de begeleidingsgroep de vraag gesteld hoe gedacht werd over het verwijderen van bomen rondom het Groenekruisgebouw die het plan beslist in de weg zouden staan; nemer speciaal wat de mening was over de haagbeuk die pal vóór en tegen de kasteeltoren aan staat. Ook werd aandacht gevraagd voor de bomen die op de tuin stonden en daar geplant waren ter aankleding van de omgeving van de schoolgebouwtjes die daar tot 1992 hadden gestaan.

Een poging om bij een optimaal aantal zichtlijnen zo min mogelijk bomen te hoeven verwijderen.

Er was met name bij de IVN-ers een aarzeling; men vroeg zich af of met een forse terugsnoei niet een aantal bomen behouden zouden kunnen blijven. De overigen waren van mening dat het weloverwogen beslissingen zouden moeten zijn als bomen moesten worden geofferd.
[Wel dient te worden overwogen hoe te handelen met de resterende bomen na verwijdering van andere in hun omgeving of na sloop van het Vitrasgebouw; sommige zullen eenzijdig gegroeid zijn, andere zullen veel dood hout vertonen. Per boom zal moeten worden bekeken of hij behouden kan blijven.]

Op 24 april kwam het bureau met nadere invulling van de “Veld”-variant.

op 2 juli was de laatste sessie van de Planbegeleidingsgroep. Toen was het weer wachten tot 21 november 2014. Er was een uitnodiging voor een interview door journalisten van ‘Zenderstreeknieuws‘ en het ‘AD’ voor een artikel dat woensdag zou verschijnen, vooruitlopend op de Inloopavond donderdag 27 november. Door besognes elders was ik daar helaas niet bij aanwezig.
Nu gaat het plan de molen in van B&W, de Raad/Clusters en Zienswijze=procedure. Begin januari 2015 horen we verder.

En dan … op 1 december 2016,
opnieuw een bord op de hoek van de Touwlaan, ook nu met B.B.& W. in beeld; op het bord het jaartal 2017 als jaar van de realisatie.


Maar ook de oplevering past in het rijtje van uitgestelde kasteelmomenten.
Het heeft in 2018 plaatsgevonden.

Het hier volgende gedicht schreef ik in 1996

KWESTIE VAN TIJD EN RUIMTE
(kasteeltuin te IJsselstein)

De tuin, hij ligt er nu weer bij
alsof hij nooit is weggeweest.
De zon maakt alles tot een feest;
het carillon speelt, bloot en blij:

de klanken buitelen ijl en los
als warme druppels op het mos.
Ik leg me op een grasveld neer
en wens het “klein geluk”, niets meer.

Omringd door Lelietjes-der-dalen
ga ik intenser adem halen.
In grachten glinstering van water,
bij gindse treurbeuk eendgesnater.

Seringen dringen in mijn neus
terwijl mijn tong een grasspriet kneust.
Hier kom ik eindelijk tot rust
en word me van mijn lijf bewust.

Wat kan de harmonie nog storen…
Herboren loop ik langs de toren!
En als ik dan de tuin verlaat,
is er een kracht die in me staat.

P.B. 1996

Literatuurlijst
– J. Craandijk. 1888. Kasteel IJsselstein. Eigen Haard; geïllustreerd volkstijdschrift. Illustraties door P. Schipperus. Haarlem: Kruseman en Tjeenk Willink, 36-40.
– P.W.A. Broeders. 1992. Kasteel- Buiten- en Boerentuinen in de Lopikerwaard; deel 1: Drie eeuwen geschiedenis van de kasteel- en buitenplaatstuinen in de Lopikerwaard, en van de tuinen bij het Huis te Linschoten; deel 2: De verschijningsvormen van de boerentuinen in de Lopikerwaard. Waardenreeks deel 4, Jubileumuitgave van de Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard. IJsselstein, 42-71.
– D.B.M. Hermans. 1993. Jan van Stolk en Kasteel IJsselstein in 1769. Castellogica, Verkenningen; mededelingen van de Nederlandse Kastelenstichting. Doorn. Jaargang 1993, 18-30.
– P.W.A. Broeders. 1994. Het speelhuisje voor Joachim Ferdinand de Beaufort, Drossaard te IJsselstein. Castellogica, Verkenningen; mededelingen van de Nederlandse Kastelenstichting. Doorn, jaargang 1995-1, 135-138.
– B. Olde Meyerink, G.v. Baaren e.a. 1995. Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Uitgegeven onder auspiciën van de Stichting Utrechtse Kastelen. Utrecht, 506-511.
– P.W.A. Broeders. 1995. Geen landschapspark voor de Drost; een bijdrage tot de kennis van de IJsselsteinse kasteeltuinen uit de periode 1750-1950. Tijdschrift van de Historische Kring IJsselstein no.75 (december 1995), 315-342.
Bestuur HKY. 1997 … verdediging van de historische kwaliteit; 1297- Berthe van IJsselstein verdedigt tot het laatst het kasteel; 1997- HKIJ verdedigt de historische kwaliteit van wat ons rest. Tijdschrift van de Historische Kring IJsselstein no.83 (december 1997), 1-12.
– P.W.A. Broeders. 1997. IJsselsteins kasteel als ‘lieu de mémoire’; kanttekeningen bij “Fulco de Minstreel” n.a.v. de belegering van Kasteel IJsselstein in 1297/98. Tijdschrift van de Historische Kring IJsselstein no.83 (december 1997), 13-32
– J.A.M. Oude Rengerink. 1998. De gemeente IJsselstein. Verslag archeologisch onderzoek op terrein hoek Touwlaan en Kasteellaan. RAAP-Briefrapport 1998-060/MI.
– P.W.A. Broeders. 1999. IJsselstein en zijn kasteel; de genius loci van IJsselstein. Jaarbericht 1998 van de Stichting Utrechtse Kastelen. Groenekan. Ook verschenen als een uitgave van RABO-bank IJsselstein. IJsselstein, 2000.
– M.M. Sier. 2000. Aanvullend Archeologisch Onderzoek op de locatie hoek Touwlaan/Kasteellaan, met bijdragen van M. van Dinter, C.K. Nooijen, K. Hänninen, in opdracht van de Gemeente IJsselstein. ADC Rapport 46. Bunschoten.
– N.P.M. Doesburg. 2007. Het Kasteel IJsselstein. [Niet in de handel]. Een compilatie van archiefmateriaal en tijdschriftartikelen.
– P.W.A. Broeders. 2010. Als zand tusssen de vingers…; de verwikkelingen rond het kasteel te IJsselstein tussen 8-10-1857 en 01-12-1928 [15-02-1963]. Tijdschrift van de Historische Kring IJsselstein nr. 129, 1-18.
– P.W.A. Broeders. 2016. …als MANTELS om de STAD …; of hoe de IJsselsteiners tussen 1814 en 1940 hun oude vesting een nieuw aanzicht gaven. Uitgave van de Historische Kring IJsselstein.

.